Akkerbouw

Achtergrond 253 x bekeken

Individualisten kunnen samenwerken als het moet

De bollenhandel is individualistisch ingesteld, maar kan ook samenwerken. Dat laat de sector zien met de oprichting van de nieuwe Stichting Afzetbevordering Bloembollen Handel. Hierdoor heeft de bloembollenhandel het Productschap Tuinbouw (PT) niet meer nodig voor de financiering van bepaalde collectieve activiteiten. Een primeur in de tuinbouw.

De handel in bloembollen volgt een andere marsroute dan de rest van de tuinbouwsector. En dat in een periode waarin de productschappen zwaar onder vuur liggen. De politieke discussie is in volle gang. Mogelijk komt hier binnenkort uit voort dat promotie niet meer mag worden gefinancierd via gelden die bij het Productschap Tuinbouw binnenkomen.
Voor de bollenhandel is dit geen probleem meer, zegt Henk Westerhof, voorzitter van de handelsorganisatie in de bloembollen- en boomkwekerijsector Anthos.

Waarom deze stichting?
”De heffingsverordening bij het PT liep op 1 juli af, waarop de bollenhandel besloot zelfstandig verder te gaan. Ik vind het jammer dat deze beslissing samenvalt met de politieke discussie rond het PT. Dat is ongelukkig, maar we lopen gewoon een andere marsroute en daar hebben we het PT niet bij nodig. Uit ondernemerspeilingen blijkt dan ook dat ongeveer 80 procent van onze achterban, ondanks alle inspanningen van het PT, niet is overtuigd van de toegevoegde waarde van het productschap. Ik denk dat het productschap voor veel van mijn ondernemers te onherkenbaar en te ver weg is. ’Niet mijn cluppie’, hoor je ze zeggen. Als er bij ons iets aan de hand is, staan ondernemers hier op de stoep. Bovendien is het PT verplicht, en collectiviteit via Anthos vrijwillig.”

Kunt u zich voorstellen dat andere sectoren het nut van een productschap wel inzien?
”In een sector met veel kleine bedrijven is het moeilijker om collectiviteit op vrijwillige basis van de grond te krijgen. Ongeveer zestig bedrijven doen 80 procent van de afzet. Met zo’n kleine groep is het makkelijker om een collectief op vrijwillige basis te organiseren. Toch zet ik grote vraagtekens bij de toegevoegde waarde van veel activiteiten die met PT-geld worden gefinancierd. De marges in de tuinbouw worden steeds kleiner. Dan gaan ondernemers kritischer naar hun rekeningen kijken. Bloembollenhandelaren stonden 15 tot 20 procent van hun inkomsten af aan de innings- en organisatiekosten van het PT. Daar kun je ook heel andere dingen van doen, vonden zij.”

Wat doet de nieuwe stichting?
”Als alternatief voor het PT heeft Anthos de Stichting Afzetbevordering Bloembollen Handel opgericht. Deze stichting int geld van de handelsbedrijven in bloembollen om collectief zaken te regelen. De stichting is op papier al opgericht. Ze richt zich op promotie, technisch onderzoek en markttoegang vanuit de drie bloedgroepen: droogverkoop, broeierij-export voorjaarsbloemen (onder andere tulp), en broeierij-export zomerbloemen (zoals lelie). Uit die drie groepen worden drie afgevaardigden gekozen voor de raad van Advies, die zorgtdraagt voor de financiële huishouding. De kracht van het plan is dat ondernemers aan de knoppen draaien en dus zelf
bepalen wat er met hun geld gebeurt.”

Hoe gaat dat in z’n werk?
”Ondernemers sluiten een overeenkomst met die stichting. De contracten zijn drie weken geleden verstuurd en 70 procent heeft al getekend. In de tweede helft van september willen we de knoop doorhakken. Als er geen draagvlak van 80 tot 85 procent van de handel wordt behaald, gaat het plan niet door. Het ziet er echter goed uit. We moeten de tijd nemen, want we zitten midden in het exportseizoen. Hierdoor hebben bedrijven minder aandacht voor sectorvraagstukken. De stichting is voor 3,5 jaar opgericht, tot 31 december 2014, met voortzetting als doel. Er wordt ongeveer 2,5 miljoen euro ingezet voor collectieve promotie. Ruim de helft daarvan wordt door de nieuwe stichting geïnd en de andere helft wordt nu al projectmatig ingezet door de verschillende categorieën afnemers. Budgetten worden per handelsgroep vastgesteld. Als er geld overblijft, blijft dat in die groep.”

Bespaart de bloembollenhandel hiermee geld?
”Volgens de begroting van de stichting scheelt dit in 2012 bijna de helft van de kosten ten opzichte van de PT-periode. Vooral op gebied van promotie en marketing wordt veel bespaard; 53 procent. We laten dingen vallen die we niet nodig hebben, zoals deelname aan tentoonstellingen en campagnes die we niet willen. Al met al int en gebruikt de stichting 2,3 miljoen euro in 2012. Deelnemers betalen 0,7 procent van de waarde van ingekochte bloembollen, bij het PT was dat
1 procent. ”

Past dit initiatief bij deze sector?
”Toen ik in de bollensector terechtkwam, zei iedereen: die bollenhandelaren willen vooral hun eigen broek ophouden. Maar juist deze ondernemers zijn in de tuinbouw het verst gevorderd met het hebben en beschermen van een collectief. Het draagvlak van Anthos is 85 procent van de handel. Als je in het PT rondkijkt is er vrijwel geen sector die dat lukt. Terwijl het inderdaad individuen zijn die elkaar desnoods het vel over de oren halen. Naast het eigen belang zien ze echter ook het belang van collectiviteit en zijn ze dus bereid dat op vrijwillige basis te organiseren.”

Is er al duidelijkheid over de rol van Anthos in het PT-bestuur?
”Wij vertegenwoordigen niet alleen de bloembollenhandel, maar ook handelsbedrijven in de boomkwekerijsector. Er staat in elk geval nog 4,5 miljoen euro reserve van de bloembollenhandel bij het PT. Dat kan niet naar de stichting doorvloeien. We zijn nog in gesprek met het PT over hoe dat in de toekomst kan worden ingezet.”

In hoeverre vervult Anthos met deze stichting een voorbeeldfunctie in de tuinbouw?
”We hebben iets ontwikkeld waarmee directe betrokkenheid wordt gecreëerd bij degene die betaalt. Directe sturing draagt bij aan het gevoel van collectiviteit. We laten zien dat het anders kan, maar dat betekent niet dat ons plan direct te kopiëren is in andere sectoren.”

Pre-clearance en landenpromotie

Anthos focust zich op – fytosanitaire – afzetvraagstukken en draait daarom veel projecten in het buitenland. ”We doen bijvoorbeeld veel zaken met het Amerikaanse landbouwministerie. We hebben zelfs een eigen lobbyist in Washington, zo belangrijk vinden we dat. Dat financieren we alemaal zelf. Daar hebben we geen productschap voor nodig.”

Zo zijn de VS en Canada ruim zestig jaar geleden met Anthos en de Plantenziektenkundige Dienst het eerste internationale pre-clearanceprogramma aangegaan: het vooraf aanvragen van toestemming. Import-inspecties worden voor transport in Nederland uitgevoerd. Hiervoor loopt jaarrond drie man rond, een Amerikaan en twee Nederlanders, in dienst van de Amerikaanse ambassade, betaald door het bedrijfsleven.

Westerhof geeft aan dat de bloembollenafzet buiten Europa, nu al ruim de helft van de export, duidelijk groeit. China en Rusland zijn groeimarkten. ”Met allemaal hun eigen eisen. Het risico is groot. Een container verschepen kost veel geld en als er iets wordt gevonden in zo’n partij, betaalt de handel de prijs. Om het risico op afkeuringen te beperken, werken we aan pre-clearanceprogramma’s.”

Toen de verkopen bij supermarkten in de VS terugliepen, heeft Anthos een marktonderzoek georganiseerd. Kosten: 300.500 euro, de helft uit PT-geld en de helft door ondernemers zelf. ”Daar is een heleboel uitgekomen. Exporteurs besloten de markt intensiever te gaan benaderen. Hiervoor is vorig jaar een reclamebureau in de arm genomen en een stuurgroep draait nu zelf aan de knoppen.” Jaarlijks brengt de bloembollenhandel 800.000 euro bij elkaar voor deze reclamecampagne.

Investeren in de afzet in Scandinavië, waar jaarlijks 250 miljoen tulpenbollen naartoe gaan, leidt tot een stabiele afzet.

Drie handelshuizen

De meeste handelsbedrijven in de bloembollensector hebben geen eigen teelt meer. Ze zijn onder te verdelen in droogverkoop en broeierij-export. Droogverkoop omhelst de bloembollen voor binnenlands tuingebruik. De handelaar verkoopt zelf en zorgt ook voor bijvoorbeeld verpakking en merchandise. De broeierij-export levert bollen aan professionele tuinders die bollen broeien voor afzet in de retail. De afzet is jaarrond, waardoor de handelaar zich sterk bezig houdt met assortiment en behandelsmethode. Een deel van deze bollen wordt geëxporteerd.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.