Akkerbouw

Achtergrond 375 x bekeken

Uiensector begint nieuwe seizoen met schadeherstel

De Nederlandse uienketen moet zijn imago weer herstellen. Vorig seizoen gleed de prijs vanaf februari van 25 naar 5 euro toen kwaliteit en prijs niet bij elkaar bleken te passen. Met de nieuwe oogst van goede tweedejaars plantuien kunnen klanten weer worden ingepalmd.

Schadeherstel. Dat is het doel van de uienexport in het pas begonnen afzetseizoen. De kwaliteit viel vorig seizoen heel erg tegen, resumeert Gijsberecht Gunter van de Stichting Afzetbevordering Ui (SAU) en voorzitter van het Comité Uienhandel van Frugi Venta. ”Dat komt doordat we weersafhankelijk zijn en op een postzegeltje uien telen. Daardoor is meteen de hele Nederlandse oogst van mindere kwaliteit. Dat betekent dat we vertrouwen moeten terugwinnen. Dat kan met de nieuwe plantuien die van goede kwaliteit zijn tegen een concurrerende prijs. Ik denk dat dat snel kan, maar het is wel een hele opgave.”

Jaap Wiskerke van verwerker Wiskerke Onions spreekt van een fantastische oogst van zo’n 50 ton per hectare. ”We werken van vijf uur ’s morgens tot middernacht, zoveel komt er binnen. De prijzen gaan wel snel naar beneden door een gebrek aan vraag. Vorig jaar hebben we heel veel klachten gehad over de uien. Dat zijn we niet gewend. Ik hou er niet van om product af te leveren dat niet goed blijkt te zijn. Ik hoop dat we met deze mooie nieuwe oogst reclame kunnen maken na het slechte seizoen dat we achter de rug hebben. Zodra we over de hele wereld topkwaliteit hebben geleverd, zijn we die smet kwijt.”

Ondanks het beroerde einde van vorig seizoen, is het areaal zaaiuien met 5 procent gegroeid. Zowel Gunter als Wiskerke geven aan dat productie niet alleen in Nederland toeneemt. Ook het buitenland zit niet stil. Wiskerke: ”Ze zien dat ze drie keer de kostprijs moeten betalen voor uien. Dan gaan ze mogelijkheden voor eigen productie bekijken. Dat gebeurt in Afrika, maar ook in Europese landen.”

De ui is een goed renderend gewas. De poolprijs van Wiskerke komt op € 21,50 in week 11. ”Bij een kostprijs van 10 of 11 cent maakt de akkerbouwer zes- tot zevenduizend euro winst per hectare. Welk product kan daar tegenop?”

Ook al komt er concurrentie vanuit het buitenland, Nederland blijft heel sterk in logistiek. ”We hebben de laagste kostprijs in de wereld en dat biedt veel mogelijkheden.”

Gunter borduurt daarop voort: ”We moeten meer afzetgebieden aanboren. Afgelopen seizoen zakte de prijs in elkaar doordat we zo afhankelijk zijn van Rusland. Een breder pallet aan afzetgebieden maakt daar een einde aan. Dat moeten we als keten samen doen. Niet alleen de handel, zoals nu gebeurt. Die potjes geld die er beschikbaar zijn, moeten we op elkaar afstemmen wat promotie betreft.”

Eén van de nieuwe markten die is aangeboord, is Indonesië. De vraag komt al op gang. ”Het is natuurlijk een vrij kleine markt, maar als we er veel van hebben, biedt dat veel kansen. Als je in de eerste helft van het seizoen zo veel uien exporteert, kan de prijs daarna omhoog. Want veel afzet, al is dat niet voor topprijzen, verlicht de druk. Dan heb je een stevige basis voor een prijsverhoging. Dat is wel zo prettig in de tweede helft van het seizoen, als de kosten en risico’s toenemen in verband met bewaring.”

Zo ziet Gunter ook grote mogelijkheden in Azië. ”Veel exporteurs zien dat ook. We zijn als Frugi Venta en SAU bezig met export naar China. Komend seizoen lukt het nog niet, maar op termijn wel. Het vraagt gewoon tijd, omdat ze allerlei eisen stellen en we moeten laten zien dat we daaraan voldoen.”

”Het is een lang traject om een markt open te krijgen. Groeipotentieel ligt er in elk geval. Ook in West-Europa. De consumptie per hoofd van de bevolking ligt hier met 6 tot 7 kilo achter op het wereldwijde niveau van 9 kilo. Deels wordt dat op natuurlijke wijze opgelost door de toename van de multiculturele samenleving, waarin meer uien worden gebruikt. Aan de andere kant moeten we ook zelf actiever de ui promoten als smaakmaker en gezond ingrediënt van de maaltijd.”

De handel heeft hiertoe de eerste stap gezet door een film te maken over het proces van de uienteelt. Dit wordt een digitaal magazine van meerdere pagina’s, online te bekijken en verkrijgbaar op dvd en usb-stick. Gunter hoopt dat meer organisaties, vooral ook van telerszijde, zich actief aansluiten bij de uienpromotie. ”Je moet je kaarten niet op de borst houden, maar laten zien hoe goed we uien kunnen telen en exporteren. Zo kunnen we geld samen efficiënter inzetten. Dan gebeurt het niet meer zo snel dat de handel, en dus ook het prijsniveau, als een plumpudding in elkaar zakt.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.