Akkerbouw

Achtergrond 3717 x bekeken 2 reacties

Nederlandse missie in Ethiopische hooglanden

Vier jaar geleden vertrok Jan van de Haar met zijn gezin naar Ethiopië. Hij heeft er het landbouwbedrijf Solagrow, dat pootgoed teelt om Ethiopische boeren uitgangsmateriaal voor hun aardappelen te leveren. De voormalig aaltjesdeskundige bij HZPC vertelt over zijn ambities en drijfveren.

Wat de drijvende kracht is achter het Ethiopisch avontuur van aardappelboer Jan van de Haar, wordt bij het betreden van het huis op de heuvel onmiddellijk duidelijk. Dat is zijn geloof in God. Boeken van religieuze aard liggen in stapels op elk tafeltje en vullen de boekenkast.

Van de Haar windt daar ook geen doekjes om. Hij is met zijn hele gezin naar dit land gekomen om er iets te doen aan de honger, die velen hier dagelijks moeten lijden. En met welk gewas kan dat beter dan met het ook hier prima te telen volksvoedsel: de aardappel?

Van de Haar oogt ook zeker niet als de Hollandse vrijbuiter, die snel zijn fortuin wil maken in een ver en exotisch buitenland. Eerder als een docent biologie op een middelbare school, wat hij geweest is. Na die korte onderwijsloopbaan ging hij van de Veluwe naar Friesland om als nematoloog te werken bij pootgoedhandelshuis HZPC in Metslawier.

Naast het normale werk had en heeft HZPC een aardappelteeltproject lopen in de woestijn.
Daarvoor reisde Van de Haar geregeld naar de Negev-woestijn in Zuid-Israël en naar Egypte.
Zijn twee zoons, die in de herfstvakantie van de middelbare school een keer mee mochten, werden – zo jong als ze nog waren – vooral getroffen door de armoe. Weer thuis besprak het hele gezin Van de Haar wat dat nou betekende. Want in de Bijbel staat dat je de rijkdom gekregen hebt om te kunnen delen met je naaste. En die naaste, dat zijn niet alleen maar de buren in de straat.

”De kinderen zeiden: waarom wonen we dan in Nederland? Waarom gaan we niet aardappelen telen in een land waar dat veel harder nodig is? De keuze viel op Ethiopië. In landen als Egypte of Mali kan op zich goed geteeld worden. Maar in de hooglanden van Ethiopië is ook genoeg kou voor het vermeerderen van pootgoed, dát helpt de lokale teelt pas echt op gang.”

De eerste locatie die Van de Haar in Ethiopië op het oog had, was geen succes. ”Ik zag een mooie lap grond en de burgemeester ging dat voor me regelen. Maar die smeet de boeren die er gebruik van maakten, er doodgewoon van af. Dan kun je meteen al je goodwill op je buik schrijven en dat merkte ik dan ook meteen aan alles. Ik ging dus liever zelf op zoek naar grond en in gesprek met de mensen die daar zaten. Als ik ze zelf kon uitleggen wat ik met de grond wilde doen, dan waren er wel afspraken te maken.”

In Ethiopië is het zo dat alle grond in principe eigendom van de staat is. Wie een bedrijf wil opzetten, least grond van de staat. Voor de eerste 100 hectare pootgoedteelt vond Van de Haar grond, die niet al door lokale boeren gebruikt werd. Hij least die voor omgerekend 6 euro per hectare per jaar. Maar niet alle grond is zo goedkoop. Voor betere gronden is de leaseprijs aan de staat hoger. Als er al lokale boeren gebruik van maken, dan moeten die gecompenseerd worden. Voor de eerste hectares die Van de Haar verwierf bij het stadje Debre Zeit – op een klein uur rijden ten zuidoosten van Addis Abeba – is hij zo’n 800 euro per hectare per jaar kwijt aan lease (langlopend voor veertig jaar) én een eenmalig bedrag van in zo’n 10.000 euro per hectare aan compensatie.

Op termijn wil Van de Haar op vijf locaties verdeeld over het land zo’n 2.500 à 3.000 hectare pootgoed telen. Om zo lokale aardappeltelers in het hele land uitgangsmateriaal voor hun teelt te kunnen leveren. Het trainen van die telers is nog in een vroeg stadium. ”Ze weten hier best wel wat van telen. Maar goed en zuinig omgaan met water, mest en gewasbescherming, dat is nog wat anders. De mentaliteit is dat voor tweederde goed eigenlijk hetzelfde is als 100 procent goed. Eerst moeten we ze dus écht goed en efficiënt aardappelen leren telen. Dan willen we ze het pootgoedtelen bijbrengen. En in de derde fase hopen we ze ook de beginselen van het ziekzoeken voor de beste vermeerdering te kunnen bijbrengen. Maar daar ben je wel minimaal tien jaar verder.”

De club van ’outgrowers’ die Van der Haar om zich heen aan het verzamelen is, is al zo’n 130 leden sterk. Maar Solagrow laat de aardappelteelt geleidelijk groeien. Elke boer moet zich eerst bewijzen. Eerst krijgen ze voor 500 vierkante meter pootgoed, het tweede jaar voor 1.000 vierkante meter en het derde jaar voor een kwart hectare. ”Meer pootgoed verkoop ik ze niet en meer aardappelen neem ik ook niet af.”

De outgrowers telen naast aardappelen ook groenten als uien, kool en wortelen. Voor een goede vruchtwisseling en voor een goed verkoopbaar assortiment voor de lokale markt. ”Het zaad lever ik ze via Bejo in Warmenhuizen en Pop Vriend in Andijk. Om niet iedereen op hetzelfde moment met dezelfde groente te laten komen heb ik geprobeerd een schema te maken. Er zijn hier namelijk vaste momenten dat de Ethiopisch orthodoxe christenen vasten. Dan wordt er veel minder vlees gegeten en meer groente en gaan de prijzen dus omhoog. Met een schema kun je de voor- en nadelen van hogere en lagere prijzen gelijkelijk verdelen over de boeren. Maar van die mate van coöperatie heb ik ze nog niet kunnen overtuigen. Ze zijn wel akkoord gegaan met een loterij. Dus doen we het voorlopig maar zo.”

Zo gaat Jan van de Haar blijmoedig voort, onderhandelend met zijn boeren, lobbyend bij lokale en regionale overheden, op zoek naar nieuw land voor nóg meer pootgoed en óók nog eens samen met vrouw en zus in de weer met een kliniek voor de bevolking in de omliggende dorpjes.
En natuurlijk druk in de weer met de opvoeding van zijn kinderen. Aan de lunchtafel, met Hollandse pannenkoeken en zelfgebakken brood met pindakaas en hagelslag, zitten vader Jan en moeder Jacomijn tegenover hun drie blonde dochters Geertruyde, Joanne en Hanneke. Zoon Jan is er vandaag niet.

De stoel van het zevende gezinslid, zoon Evert, blijft eveneens leeg: nog maar net in Ethiopië kwam hij in november 2007, op reis met zijn tweelingbroer en zijn vader, bij een auto-ongeluk om het leven, 15 jaar jong. Het heeft de wil van zijn vader en de rest van het gezin om van Solagrow een succes te maken alleen maar dieper verankerd.

Foto

Ton van der Scheer

Laatste reacties

  • no-profile-image

    de Jong

    Super gaaf, daar ga ik Zeker een keer heen. Ik vind aardappels HEERlijk.

    Hannemijntje

  • no-profile-image

    jan van egmond

    Ben onlangs in ethiopie geweest bij EWF-flowers. Als ik nog eens terugga naar dit land, zou ik graag deze familie bezoeken.
    Zelf heb ik bepaalde belangen bij EWF-flowers. Ik heb een potgrondbedrijf in Nederland en Estland (Van Egmond Potgrond B.V.-Amsterdam) en wil in Ethiopie potgrond introduceren, ook in verband met de hogere slagingskansen voor het zaaien van groenteplanten.
    Mijn e-mailadres: jfrvanegmond@casema.nl. Tel. 0653750487.

Of registreer je om te kunnen reageren.