Akkerbouw

Achtergrond 1403 x bekeken

Lagere graanoogst, maar prima stemming in Oldambt

De stemming in het Oldambt is opperbest. Graantelers hebben weer ruimte om te investeren en dat doen ze ook. De kilo-opbrengsten van graan zijn waarschijnlijk wel wat lager dan vorig jaar, maar dat mag de pret niet drukken. Een reportage uit de graanstreek van Nederland.

Van de nieuwe oogst wintertarwe zijn partijen verkocht voor zo’n 200 euro per ton. ”Dat zijn goede prijzen”, vertelt Klaas Froma, adviseur bij DLV Plant in Noordoost-Groningen. De wereldwijd lagere opbrengstverwachting heeft een gunstig effect op het prijsniveau. Dat wordt waarschijnlijk over enkele weken merkbaar als de oogst achter de rug is.

Dat biedt perspectief in een gebied waar akkerbouwers vanwege de zware grond weinig keuze hebben voor hun bouwplan en graan de boventoon blijft voeren. De positieve vooruitzichten hebben effect op de stemming in het gebied. Machines worden aangeschaft, onderhoud aan gebouwen wordt gepleegd.

De stand van het gewas is echter heel wisselend. Holle tarwegewassen met een tweede zetting aan de aren na de droogte worden afgewisseld met dichte gewassen waarin mooie, dikke aren pronken. Zowel hoge als lage standen van de granen komen voorbij. Deze diversiteit komt door verschillen in grondsoort en rassen in extreme weersomstandigheden. Zo wortelt het graan op percelen met een dun kleipakket niet zo diep. Het gevolg is een korter gewas met een holle stand en een snelle afrijping.

Over het algemeen is de opbrengstverwachting lager dan vorig jaar. Froma schat dat de wintertarwe-oogst in het Oldambt uitkomt op 9 tot 9,5 ton per hectare, waar vorig jaar een mooie 11 ton werd binnengehaald. Goede wintergerst zal zo’n 9 ton produceren. Dat was vorig seizoen 10 ton. De stro-opbrengsten pakken door de vaak korte stand ook lager uit. Dat is ook buiten Nederland het geval. Aangezien de voorraden op zijn, ligt een hoge stroprijs in de lijn der verwachting.

Dit is niet zozeer het gevolg van de lange droge periode, maar meer van het natte najaar waarin moest worden gezaaid. Het zaaien van wintertarwe moest afgelopen oktober in twee weken tijd, waarin het droog was, gebeuren.

Het is een vroeg jaar, de granen rijpen vroeg af. Zo wordt wintergerst over een kleine maand geoogst, ruim een week eerder dan normaal. Wintergerst, dat door het lagere prijsniveau steeds minder voorkomt op de akkers, zit vaak in het bouwplan voor spreiding van de werkzaamheden. Ook koolzaad komt vaak net even vroeger van de akkers dan wintertarwe en wordt veel ingezet voor de vruchtwisseling. De prijs van dit gewas is de laatste tijd verbeterd. Normaal gesproken wordt van koolzaad 5 ton per hectare geoogst. Dit seizoen wordt een opbrengst van 4 ton verwacht. ”Vorst en sneeuw hebben hier en daar schade in winterkoolzaad veroorzaakt”, zegt Froma. ”Door de ongunstige zaaiomstandigheden is het areaal kleiner. Soms is winterkoolzaad door de slechte stand vervangen door zomerkoolzaad. Dat staat er goed voor. Het laatste is eind april gezaaid.”

In tegenstelling tot veel akkerbouwgebieden is de droogte in het Oldambt, dè graanregio van Nederland, geen groot probleem geweest. Dit komt door de zware klei waar veelal op wordt geteeld. Tekenend hiervoor is het herstel van de diepe scheuren waarin je een mobieltje kon laten verdwijnen. Ze trekken gewoon weer dicht. ”Het krimp- en zwelvermogen is de kracht van deze grond”, weet Froma. ”Dat lost ook eventuele storende lagen op.”

Het vroege zomerse weer hinderde de gewasontwikkeling en uitstoeling wel wat. Het vlagblad is soms aan de korte kant. Maar door het grote compenserende vermogen van graan is dat flink bijgetrokken. ”Als je nu de stand van het graan bekijkt, valt me dat niet tegen”, oordeelt Froma.
De schimmeldruk valt tot nu toe mee, doordat het zo droog was. Dat drukt de kosten; een bespuiting kost 50 euro per hectare. Bij 100 hectare is de teler dus 5.000 euro kwijt, een flinke kostenpost. Ook met de groeiregulatie is voorzichtig gedaan, hoewel het gewas de laatste weken flink de lucht in is geschoten. Fusarium begint nu de kop op te steken. ”De ontwikkeling hiervan wordt komende weken een belangrijk onderwerp. Het graanhaantje kwamen we veel tegen.”

Akkerbouwer Jan Westerhof heeft een bijzonder verschijnsel in zijn tarwe: de aar loopt naar boven toe uit. Een verklaring heeft de Meedhuizer teler, die ook schapen houdt en verhandelt, hier niet voor. ”De opbrengst kan best goed zijn, hoor.”

Westerhof gaat uit van een opbrengst van 8,5 ton tarwe per hectare. ”Het plantenaantal is op sommige percelen lager. We zaaiden mooi op tijd, maar daarna viel er zoveel regen dat de grond dichtsloeg. Dat leidt tot uitdunning van het gewas. Het mooie, vroege voorjaar heeft veel goedgemaakt. Vooral zomertarwe heeft hiervan geprofiteerd. In het voorjaar was ik negatiever over het seizoensverloop dan nu. De gewassen zijn naar ons toegegroeid.”

Toppers worden het niet, maar Westerhof merkt dat de stemming goed is. ”De prijzen zijn goed en dat kan even zo blijven. Dat is ook wel eens anders geweest. In 2008 was de prijs ook hoog en toen zakte die ineens weer weg. De piek was toen 250 euro, dit seizoen 245 euro. De arealen veranderen niet door de hogere prijzen. Wij telen niet achter de markt aan. Ik heb al wel alternatieven zoals spruiten geprobeerd, maar dat functioneert hier toch niet zo goed als granen. Ook wat mechanisatie betreft.”

Het gevolg van de prima prijzen is dat er combines en grondbewerkingsmachines zijn besteld, weet Westerhof. ”Mijn buurman is met een nieuwe trekker bezig en ik krijg zelf een nieuwe zaaicombinatie”, vertelt hij enthousiast. ”Deze pneumatische zaaimachine met kopeg en zaaibak voorop de trekker zaait op lucht voor een regelmatiger zaai. Die stond al op mijn verlanglijstje en nu komt het goed uit. De bestelde klepelmaaier heb ik al binnen.”

Omdat volgens Westerhof het aantal oogstbare dagen steeds minder wordt, worden veel combines gekocht nu dat financieel mogelijk is. Bij mechanisatiebedrijf Bakker Ulrum moeten ze het voor het Oldambt nu vooral van de trekkerverkoop hebben. ”Wie een combine wilde, heeft deze in 2008 al gekocht”, vertelt Bernhard Jan Bakker vanuit de vestiging in Midwolda. ”Van dat goede graanjaar hebben wij ook geprofiteerd. Eind vorig jaar ging het goed met de trekkerverkoop. Trekkers van 180, 190 pk voor de gemiddelde grote boer in dit gebied. Ook veldspuiten hebben we behoorlijk verkocht.”

Als Oldambtster akkerbouwers investeren, is dat vaak in machines. Grond is bijna niet aan te komen. Hierin verschuift dan ook niet veel.

Om zelf meer invloed op het inkomen te hebben worden innovaties toegepast. Zo staan er windmolens in de regio. Westerhof heeft er een achter zijn schuur staan. Niet-kerende grondbewerking wint terrein in het Oldambt. Froma: ”Een besparing van arbeid en geld. Daarnaast is het ook een capaciteitskwestie. Stoppen met ploegen houdt de mensen hier heel erg bezig. Een aantal telers schakelt hoekje voor hoekje het bedrijf om.”

De akkerbouwadviseur wijst ook op de valkuilen. ”Onder mooie omstandigheden lukt veel. Voor niet-kerende grondbewerking worden machines gebruikt als woelers en stoppelcultivatoren. Deze apparaten vallen eerder af bij natte omstandigheden, zoals in de herfst van 2010.”
Bakker merkt in de verkoop ook dat er een verschuiving gaande is van ploegen naar grondbewerking waarbij de grond niet wordt gekeerd. ”Maar dat loopt nog niet uit de hand.”

Nu de graanprijzen beter zijn, zijn telers eerder geneigd om zelf hun product te verkopen. Dat merkt ook graanhandelaar Focko Buseman van Buseman granen en meststoffen in Scheemda. Hij heeft naast de graanhandel een akkerbouwbedrijf met een typisch Oldambtster bouwplan van granen en suikerbieten. Zijn investering van dit seizoen was een nieuwe betonvloer voor de graanopslag.

De graanmarkt is echter grillig met sterke schommelingen. Dat maakt de handel moeilijk, onvoorspelbaar. Ook voor Buseman. ”Het is heel moeilijk om inzicht in de markt te hebben. Tot en met de nieuwe oogst zie ik geen licht in de graanmarkt. Momenteel zakken de noteringen met het uur. Heel sneu als je nog wat hebt liggen. Ik denk dat we volgend seizoen weer leuke prijzen kunnen maken.”

Dat is het gevolg van wereldwijde matige opbrengstverwachtingen. ”De consumptie neemt toe en de productie komt niet mee. Dan moet de prijs wel stijgen. Maar: dat geeft niemand je op een briefje. Ik ook niet. Het gevoel is goed, maar er zijn geen garanties. Iedereen heeft het seizoen 2008-2009 nog vers in het geheugen. Toen was het snel gedaan met de mooie prijzen. Dat maakt mensen voorzichtig.”

Hoewel de poolprijzen de laatste jaren goed zijn, wordt vrij handelen bij hoge prijsniveaus steeds interessanter. Froma: ”Dat betekent dat akkerbouwers zich meer moeten verdiepen in de handel en wandel van de graanmarkt. Kennis hiervan is belangrijk, vooral nu deze zo moeilijk te doorgronden is.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.