Akkerbouw

Achtergrond 692 x bekeken

Voedselproductie per hectare moet omhoog

Om over veertig jaar genoeg te eten te hebben, moet de landbouwproductie omhoog. Dat kan, zegt Martin van Ittersum, hoogleraar plantaardige productie. Maar het gaat niet vanzelf. Boeren moeten inventief zijn en efficiënt gebruik maken van de landbouwgronden.

Er is geen keus. Wil de groeiende wereldbevolking over veertig jaar genoeg te eten hebben, dan zal de agrarische productie per hectare omhoog moeten. In theorie is het nog best mogelijk genoeg eten te produceren ook zonder nieuwe landbouwgrond te ontginnen.
Martin van Ittersum, hoogleraar plantaardige productiesystemen van Wageningen Universiteit, heeft de perspectieven verkend en op een rij gezet. Vergroting van het areaal is mogelijk, maar niet nodig en niet wenselijk, zegt hij. In de afgelopen jaren is de agrarische productie niet zozeer vergroot door meer grond om te zetten in landbouwgrond, maar vooral door de productie te verhogen.

Kijk naar rijst – een van de belangrijkste voedingsgewassen. In de afgelopen vijftig jaar is de gemiddelde rijstoogst wereldwijd gestegen van 1,9 tot 4,3 ton per hectare.
Belangrijke winst is te boeken door zorgvuldiger om te gaan met de oogst. Van Ittersum schat dat 30 tot 40 procent van ons eten verloren gaat, nog voordat het op het bord komt of daarna, als voedsel door verspilling in de vuilnisbak verdwijnt.

Van Ittersum haalt onderzoeken aan waarbij is gekeken naar de prestaties van boeren. Daarbij gebruikt hij het begrip yield gap, opbrengstkloof, waarbij het verschil wordt gemeten tussen de potentiële gewasopbrengst en de gerealiseerde opbrengst. Uit nog ongepubliceerd onderzoek blijkt dat de Nederlandse boer het op dat punt heel goed doet. Berekeningen in verschillende gewassen laten zien dat de Nederlandse boer en tuinder tussen 75 en 87 procent van de potentiële opbrengst realiseert. In andere werelddelen liggen die percentages veel lager – overigens met grote variaties.

Dat er zoveel verschillen zijn tussen verschillende boeren op dezelfde locatie, biedt perspectieven. ”Daar kunnen we van leren”, zegt Van Ittersum.
Bij een onderzoek naar de rijstteelt in verschillende landen in Zuidoost-Azië bleek dat de beste boeren 12 tot 28 procent meer opbrengst realiseerden ten opzichte van de gemiddelde opbrengst. In de rijstexporterende landen Thailand en Vietnam was de opbrengst relatief hoger dan in andere landen.

Van Ittersum stipt in dit verband de biologische landbouw aan. Op basis van beschikbare onderzoeken, zegt Van Ittersum dat het landbouwareaal met 22 procent vergroot zou moeten worden – en waarschijnlijk nog meer – om dezelfde hoeveelheid voedsel te kunnen verbouwen.
Maar hij zegt dat daar beter en langduriger onderzoek naar gedaan zou moeten worden. Naar de rol van vlinderbloemigen en de beschikbaarheid van (organische) dierlijke mest.
Klimaatverandering kan ook effect hebben, afhankelijk van de regio. Nederlandse boeren zouden zich kunnen aanpassen. Maar een probleem blijven extreme omstandigheden, die zich vaker gaan voordoen.

Het moet mogelijk zijn de voedselproductie te verhogen, denkt Van Ittersum. Dat is in het verleden ook gelukt, zonder het areaal veel te vergroten. ”Zo moet het ook in de toekomst gaan. De gemakkelijke vooruitgang is echter geboekt en de schaarste van bijvoorbeeld fosfaat, water en energie en de klimaatverandering maken het probleem ingewikkeld.”
De lage voedselprijzen van de afgelopen decennia hebben de politiek en maatschappij in slaap gesust. Er zijn nu flinke investeringen nodig.

Fosfaatschaarste kan meevallen
Het gebruik van fosfaatkunstmest neemt af in de VS, West-Europa en de wereld als geheel. Tegelijkertijd neemt de opname van fosfaat in het gewas toe, zegt Van Ittersum.
In de VS en Europa zijn grote hoeveelheden fosfaat gebruikt in de afgelopen tientallen jaren. Daar kunnen gewassen in de toekomst nog van profiteren, omdat een deel van het fosfaat zich heeft opgehoopt in de bodem. Uit modelberekeningen blijkt dat de extra gewasproductie naar verhouding minder extra fosfaat nodig heeft. Dat betekent niet dat we ons over fosfaatschaarste geen zorg hoeven te maken, zegt Van Ittersum, en ook niet dat er geen systemen moeten ontwikkeld worden met een lager en effciënter fosfaatgebruik. Maar het laat wel zien dat de situatie niet zo ernstig is, als zou kunnen worden verondersteld op basis van het gebruik in het verleden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.