Akkerbouw

Achtergrond 725 x bekeken

’Handelaren zijn onmisbaar bij vrije vermarkting van fritesaardappelen’

De handel speelt een steeds kleinere rol in de aanvoer van aardappelen naar de fritesfabrieken. Voorzitter Kees van Arendonk van de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) ziet echter een kentering ontstaan. ”Steeds meer aardappeltelers willen een deel van hun oogst vrij vermarkten. Dan is de handel onmisbaar.”

De Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) viert 13 mei haar 12,5 jarig bestaan. Voorzitter Kees van Arendonk weet zeker dat in de toekomst ook het 25-jarig jubileum gevierd zal worden. Ondanks dat de rol van de handel in de aanvoer van aardappelen naar fritesfabrieken sterk is afgenomen. ”Ik denk dat we daar het dieptepunt hebben bereikt. En in de vermarkting van pootaardappelen, exportaardappelen en tafelaardappelen speelt de handel onverminderd een heel grote rol.”

De Nederlandse telers produceren jaarlijks zo’n 3 miljoen ton frites- en consumptieaardappelen en ruim 1 miljoen ton pootaardappelen. Zo’n 25 jaar geleden gingen vrijwel alle fritesaardappelen naar de fabrieken via de handel, constateert Van Arendonk. ”Toen werden veel Bintjes verwerkt. Daar moesten de grote fritesmaten uit worden gesorteerd voor de fabrieken. Die wilden dat sorteerwerk niet zelf doen.”

Van Arendonk schat dat de handel vijf jaar geleden nog zo’n 800.000 ton aardappelen leverde aan de fritesfabrieken. ”Nu is dat nog enkele honderdduizenden tonnen. De nieuwe rassen leveren vooral grote aardappelen. Daardoor is de sorteerfunctie overbodig geworden. Bovendien is het begrijpelijk dat verwerkers kosten willen besparen op de aanvoer van hun grondstoffen door rechtstreeks in te kopen bij telers. In de hevig concurrerende mondiale fritesmarkt is dat noodzaak.”

In de vermarkting van pootaardappelen blijft de handel een grote rol spelen. Van Arendonk: ”Nederland heeft een sterke positie opgebouwd in de ontwikkeling en teelt van nieuwe rassen en daardoor in de afzet van pootaardappelen. Het perspectief is goed. De vraag naar aardappelen in de wereld neemt toe door de bevolkingsgroei. Aardappelen produceren van alle grote voedingsgewassen de meeste calorieën per vierkante meter. En de vraag naar aardappelproducten stijgt doordat veel landen een meer westers eetpatroon overnemen.”

De afzet van tafelaardappelen is vooral gericht op de binnenlandse markt. Van Arendonk: ”Een klein deel van de tafelaardappelen wordt geëxporteerd.”

Volgens de NAO’er, die ook voorzitter is van de Europese aardappelhandelsorganisatie Europatat, trad de krimp van de handel in fritesaardappelen het eerst op in Nederland. ”Dat komt omdat hier de eerste fritesrassen zijn gekweekt. Dezelfde ontwikkeling is te verwachten in België. Daar is nu een verschuiving van Bintje naar fritesrassen. Daardoor verwacht ik dat in de toekomst ook in België steeds meer aardappelen rechtstreeks van telers naar de fabriek gaan.”

Daarnaast constateert Van Arendonk dat de fritessector in België sterk is gegroeid. ”Die vraagt veel aardappelen uit Nederland. Daar speelt de handel op in. De Belgische industrie is sterk kostprijsgedreven. Dat dwingt de Nederlandse sector om ook scherp op de kostprijs te letten.”

In Duitsland is de situatie anders. Van Arendonk: ”Duitsland heeft een eigen structuur met afzetverenigingen die leveren aan Duitse fabrieken. De grote multinationals hebben nauwelijks vestigingen in Duitsland. Frankrijk teelt vooral tafelaardappelen en minder fritesaardappelen.”

Dat de handel een steeds kleinere rol speelt in de fritessector, baart Van Arendonk geen grote zorgen. Hij ziet zelfs een trendbreuk ontstaan. ”Het zou mij niet verbazen als de rol van de handel weer toeneemt in de fritessector. Steeds meer telers willen niet meer alles onder contract vastleggen, maar een deel van hun oogst vrij vermarkten. Afzet via de handel is dan logisch, omdat we goed in staat zijn incidentele markten te bedienen. Kijk maar naar de grote export dit seizoen van aardappelen naar Rusland. Dan blijkt dat de handel onmisbaar is.”

’Eén organisatie van aardappelhandel is effectief’
De Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) is 12,5 jaar geleden ontstaan uit een samenvoeging van de Nederlandse Federatie Pootgoedhandelaren (NFP) en de Vereniging ter Behartiging van de Nederlandse Aardappelhandel (VBNA). De pootgoedhandel en de handel in consumptieaardappelen hebben weleens verschillende belangen, zegt NAO-voorzitter Kees van Arendonk. ”Maar er zijn ook veel raakvlakken. Het is effectief gebleken dat er sinds 1999 één organisatie is voor de aardappelhandel.”

Van Arendonk noemt het Deltaplan Erwinia als voorbeeld. ”Zowel de pootgoedsector als de consumptiesector hebben baat bij een effectieve aanpak van de bacterieziekte. Ook bij het overleg met andere organisaties, zoals de Voedsel en Waren Autoriteit en NAK, is het effectief dat er één handelsorganisatie aan tafel zit, zoals onlangs bij de onderhandelingen over het op gang houden van de aardappelexport naar Rusland.”

De NAO heeft volgens Van Arendonk een belangrijke rol gespeeld in het behouden van de ATR-regeling, waarbij telers van consumptieaardappelen eigen geteeld pootgoed mogen gebruiken. ”De consumptiesector wilde desnoods af van de ATR-regeling.”

Ook de Nivap, de organisatie voor de afzetbevordering van pootaardappelen, is behouden dankzij de NAO, zegt Van Arendonk. ”De telers wilden er niet meer aan mee betalen. De Nivap is nu een stichting onder de NAO en houdt zich bijvoorbeeld bezig met bemiddeling bij exportproblemen. Maar we praten ook mee in Brussel en dragen steekhoudende argumenten aan voor de EU-commissies, als er handelsbelemmeringen zijn met bepaalde landen. De afzetbevordering doen de pootgoedhandelsbedrijven nu zelf.”

Verder heeft de NAO een rol gespeeld in het Deltaplan Erwinia en het behoud van de aardappeltermijnmarkt, die nu is gevestigd in Frankfurt. Van Arendonk: ”En we houden om het jaar een grote aardappeldemodag in Westmaas op het PPO-proefbedrijf.”

De NAO heeft 255 leden, die zo’n 99 procent van de Nederlandse aardappelhandel voor hun rekening nemen. De organisatie viert 13 mei in Nijkerk het 12,5 jarig bestaan. Dan staat de organisatie ook stil bij het 25-jarig dienstverband van directeur René van Diepen (inzetfotootje). Van Diepen was vóór 1999 secretaris van de VBNA.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.