Akkerbouw

Achtergrond 148 x bekeken

Focus op transgeen gewas beperkt duurzaamheidsdiscussie

Hoe duurzaam zijn transgene teelten? Het hangt er vanaf, zeggen onderzoekers in een gisteren gepresenteerd rapport. Transgene teelten kunnen bijdragen aan het milieu, aan de economie en aan het welzijn van de mens. Maar als je nieuwe teelten niet inpast in een goede landbouwpraktijk, kun je ook verder van huis raken.

Hoe vergelijk je genetisch gemodificeerde gewassen met traditioneel veredelde teelten? Dat was een van de vragen waar onderzoekers van Plant Research International en LEI (beide van Wageningen UR), en het Amsterdamse bureau voor duurzame ontwikkeling CREM en het consultants- en adviesbureau Aidenvironment tegenaan liepen, toen ze zich bogen over de duurzaamheid van de huidige genetisch gemodificeerde gewassen. Het onderzoek resulteerde in een meer dan 160 pagina’s tellend rapport dat gisteren in Den Haag is gepresenteerd. Doel van de literatuur studie is een antwoord te geven op de vraag of de teelt van transgene gewassen in lijn is met het Nederlandse beleid en met de de wens van de maatschappij om te komen tot meer duurzame vormen van de landbouw.

Dat dat een lastige vraag is, hadden de onderzoekers meteen al door. Ze beperkten hun onderzoek naar de drie voor Nederland belangrijkste gewassen: soja, mais en katoen. Teelten waarvan respectievelijk driekwart, een kwart en de helft van het areaal inmiddels bestaat uit genetisch veranderde varianten. Bij de beoordeling keken de onderzoekers naar de effecten van de transgene teelten voor het milieu, voor het boereninkomen en in bredere zin voor de economie, en voor de arbeidsomstandigheden en rechten van de mens. Dat de conclusies van het onderzoek zich niet in twee alinea’s laten vangen blijkt uit de Nederlandstalige samenvatting, waarvoor nog twintig pagina’s nodig zijn.

Kernzin uit de conclusies: "De duurzaamheid van de huidige commercieel geteelde (transgene) gewassen hangt af van de transgene eigenschap en verschilt onder meer per gewas, regio, institutionele omgeving en met de tijd." Er bestaan geen eenvoudige conclusies, is de boodschap van de onderzoekers. Het hangt er maar vanaf waarmee je de transgene teelten vergelijkt, tot welke conclusie je komt.

Niet transgene teelten vormen een lappendeken aan landbouwsystemen die variëren van zeer intensief tot zeer extensief. En waar moet je transgene teelten mee vergelijken in een land waar de niet-transgene teelten niet of nauwelijks (meer) bestaan? In de Verenigde Staten en Argentinië is verreweg van de verbouwde soja voorzien van een ingebouwde eigenschap. Gegevens over niet-transgene teelten moeten dan uit het verleden worden opgerakeld of uit andere regio’s. Dat maakt vergelijken lastig en soms ook oneerlijk.

Een van de risico’s van het gebruik van nieuwe transgene teelten is dat de kennis over de oude teelten verloren gaat. "Zo ging in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw veel expertise over mechanische onkruidbestrijding in Nederland verloren doordat herbiciden in gebruik kwamen", schrijven de onderzoekers. Iets soortgelijks doet zich voor bij de introductie van gewassen die weerbaar zijn gemaakt tegen het bestrijdingsmiddel glyfosaat. Boeren vergeten de techniek van gewasrotatie, van mechanische bestrijding van het afwisselen van verschillende bestrijdingsmiddelen en teelten, omdat het eenvoudig is om steeds dezelfde teelt met hetzelfde bestrijdingsmiddel te gebruiken.

Dat hoeft echter niet in alle gevallen slecht te zijn voor het milieu. Glyfosaat is een betrekkelijk mild bestrijdingsmiddel, dat minder schadelijk is voor het milieu dan sommige andere alternatieve onkruidbestrijders. Dat het gebruik van onkruidbestrijders door de teelt van trangene gewassen kan afnemen is in wetenschappelijke onderzoeken vastgesteld – maar eveneens hartgrondig bestreden vanuit milieugroeperingen.

Worden boeren te afhankelijk bij de introductie van transgene teelten? Dat zou kunnen. Maar dat ligt niet per se aan de transgene teelten. In sommige delen van Brazilië kunnen boeren niet kiezen voor transgene teelten omdat hun soja alleen economisch rendabel is af te zetten aan de havens in het Amazonebekken. De handelaren daar accepteren alleen niet-transgene soja, die ze exporteren naar Europa en Japan.

Daarmee is al aangegeven dat wetgeving een belangrijke rol kan spelen bij de economische duurzaamheid. Roemeense boeren maakten voor de toetreding tot de Europese Unie gebruik van transgene teelten, omdat de bestrijding van onkruid in het slop was geraakt na de val van het bewind van Ceauşescu in 1989. Toepassing van Roundup in combinatie met glyfosaat-resistente gewassen leverde de Roemeense boeren voordeel op. Na toetreding tot de Europese Unie moesten de Roemenen echter weer omschakelen, omdat de teelt van glyfosaatresistente gewassen niet meer was toegelaten.

Conclusie van het onderzoeksrapport, dat staatssecretaris Henk Bleker dezer dagen zal door geleiden naar de Tweede Kamer, is vooral dat het niet verstandig is om bij de discussie over duurzaamheid een nadrukkelijke focus te leggen op transgene of niet-transgene teelten.

Dat het risico bestaat dat onkruiden resistent worden tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen, als gebruik gemaakt wordt van resistente gewassen is evident. Over het algemeen – zeggen de onderzoekers – kun je stellen dat transgene gewassen die insectenresistent zijn of weerbaar tegen onkruidbestrijders ten aanzien van het milieu voordelen opleveren. Maar wil je de duurzaamheid van een teelt in bredere zin bekijken, dan moet je niet alleen naar het gewas kijken en de ingebouwde eigenschap, maar ook naar de manier waarop de teelt is ingepast binnen het landbouwsysteem. Als het daar al mis gaat – bijvoorbeeld als de onkruidbestrijding volstrekt afhankelijk wordt van één bestrijdingsmiddel in combinatie met transgene teelt – dan worden de duurzaamheidsvoordelen minder groot of kunnen ze zelfs omslaan in nadelen.

Het is, zeggen de onderzoekers, vooral van belang breder te kijken naar landbouwystemen en landbouwinnovaties in het algemeen. "Het zijn déze factoren gezamenlijk die bepalen of een teelt, genetisch gemodificeerd of niet, past in een beleid dat streeft naar verdere verduurzaming van de landbouw", aldus de onderzoekers.

Of registreer je om te kunnen reageren.