Akkerbouw

Achtergrond 500 x bekeken

EU wil richtlijn voor pootaardappelen herzien

Alle lidstaten hebben nationale normen voor de kwaliteit van pootaardappelen, want de normen in de EU-richtlijn zijn erg laag. Nederland pleit voor strengere normen in de nieuwe richtlijn waar Brussel aan werkt. Maar Nederland wil wel ruimte houden voor strengere nationale normen. Maar dat kan gevolgen hebben, zegt Gerard Backx, voorzitter van de sectie Aardappel van de European Seed Association. “Het gaat veel discussie geven tussen telers en handelshuizen.”

De EU werkt aan een herziening van de richtlijn voor zaaizaad en pootgoed. De herziening kan grote gevolgen hebben voor de Nederlandse pootgoedsector.

De EU heeft nu één algemene richtlijn en elf afzonderlijke richtlijnen voor verschillende gewassen. De EU-richtlijn voor pootaardappelen dateert uit 1966. De laatste wijziging is van 2002. In de richtlijn staan onder andere normen voor hoeveel bacterieziek en virusziek er mag worden gevonden in pootaardappelen.

De normen in de richtlijn zijn erg laag, vindt Gerard Backx, directeur van handelshuis HZPC en voorzitter van de sectie Aardappel van de European Seed Association, de Europese brancheorganisatie van kweekbedrijven. “Daarom hanteren alle lidstaten nationale normen. Die zijn allemaal strenger dan de normen in de richtlijn, maar wel allemaal verschillend. Dat heeft als nadeel dat wanneer pootgoed van de ene naar de andere lidstaat gaat, het in klasse wordt verlaagd. Bovendien is het voor de buitenwereld nooit helder wat men van een bepaalde klasse kan verwachten. Een klasse E in het ene land heeft een andere definitie dan in het andere land. Daarom wil de ESA liever strengere keuringsnormen die voor alle lidstaten gelden.”

Maar als de nieuwe EU-richtlijn uitgaat van strengere normen, kan de Nederlandse politiek besluiten geen aanvullende nationale keuringseisen meer te stellen aan pootaardappelen. Het kabinet streeft er immers naar om te dereguleren en wil nationaal geen zaken regelen die al in Brussel zijn geregeld. Backx: “Toen in 2005 de Zaaizaad en Plantgoedwet voor het laatst werd aangepast vroeg de politiek zich al af waarom Nederland iets extra’s moet regelen, terwijl er al Europese regels zijn voor de kwaliteit van pootaardappelen.”

Maar er zit een groot nadeel aan het loslaten van de nationale keuringseisen, vindt Backx. “Dan loop je het risico dat de normen een stuk lager komen te liggen dan wat we in Nederland willen. Nu moet al het Nederlandse pootgoed voldoen aan de Nederlandse eisen. In zo’n nieuwe situatie kan een teler zijn pootgoed van een vrij aardappelras laten certificeren volgens de EU-eisen en dat op de markt brengen, terwijl het niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de sector wenselijk vindt.”
Dan kunnen de handelshuizen eigen kwaliteitseisen invoeren voor pootgoed en zich zo onderscheiden in de markt. Backx erkent dat. “Dat doen handelshuizen nu ook al. Zo kent HZPC een eigen etiket op het keuringslabel dat aangeeft dat wij extra eisen stellen voor bijvoorbeeld schurft, rizoctonia en zilverschurft. Dat kunnen handelshuizen blijven doen bij hun monopolierassen. Maar het gevaar is dat in zo’n nieuwe situatie pootaardappelen van vrije rassen op de markt komen van een lagere kwaliteit. Het is maar de vraag of de Nederlandse pootgoedsector als geheel daar baat bij heeft. Dat gaat veel discussie opleveren tussen handelshuizen en telers.”

Er wordt ook overwogen om in de nieuwe richtlijn een maximum aantal generaties in te stellen. Dat maximum is er nu niet. Zo is het voorstel om maximaal vier generaties toe te staan in het pre-basis pootgoed. Er komen dan maximaal drie generaties basispootgoed (klassen S, SE en E) en twee generaties bij gecertificeerd pootgoed (klassen A en B). Backx: “Dit is vergelijkbaar met de situatie die we nu in Nederland hebben.”

Volgens Backx heeft de ESA hard gewerkt aan één visie op de nieuwe richtlijn voor pootaardappelen. “Het viel niet mee om op één lijn te komen. In de landen van Centraal-Europa was veel weerstand tegen de strengere keuringsnormen. En Schotland moest het aantal generaties in het pre-basis pootgoed beperken. De ESA heeft geprobeerd om de norm zo hoog mogelijk te stellen, met acceptatie van diverse lidstaten. Die norm is uiteraard niet zo hoog als de huidige Nederlandse norm.”

Volgens Backx zijn de Europese pootgoedbedrijven het nu redelijk eens over de invulling van de nieuwe richtlijn. “Dat is een groot voordeel, want zo kunnen we als bedrijfsleven één stem laten horen in de Europese ambtelijke werkgroep die een advies voorbereidt voor de Europese Commissie. Het kan echter nog wel een paar jaar duren voor de nieuwe richtlijn er is.”

Of registreer je om te kunnen reageren.