Akkerbouw

Achtergrond 931 x bekeken

Onzekere toekomst industriegroenteteelt

Productontwikkeling en kosten besparen staan aan de basis van de groei die Coroos Conserven jaarlijks doormaakt. Het uitbreiden van het teeltgebied hoort daarbij. “Het wordt moeilijk om in Nederland industriegroente te blijven telen”, zegt directeur Cok Oostrom.

Coroos Conserven is groot in de productie van private label; verpakte groente en fruit die onder huismerken op de markt worden gebracht. In dit marktsegment zijn de marges klein. Dit vraagt creativiteit, ook aan de inkoopzijde. De teelt van industriegroente, de belangrijkste tak van sport voor Coroos, verschuift daarom steeds meer naar het buitenland.

“Dit seizoen wordt 60 procent van onze industriegroente in Nederland geteeld. De rest komt uit België, Noord-Frankrijk en Duitsland”, vertelt Oostrom vanuit zijn kantoor in het Zeeuwse Kapelle. “We laten steeds meer in het buitenland telen, dat areaal groeide dit seizoen met 5 procent. De prijsstelling is er beter en er is meer areaal beschikbaar.”

Franse telers kunnen groenten als erwten en bonen voor een lagere prijs aanbieden dan Nederlandse en Belgische collega’s, vertelt Oostrom. “De gronden zijn er goedkoper en percelen veel groter. Dat werkt efficiënter. De kostprijs in Nederland is veelal hoger; machines rijden vaak op te kleine percelen en de hectareopbrengst is in het zuiden van ons land, waar we veel gecontracteerd hebben, gelijk of iets lager. Wij kopen in waar we economisch het beste terecht kunnen.”

Dat is het gevolg van het segment waarin Coroos zich op de markt bevindt. “Wij zijn private labelproducent. We produceren zeer grote hoeveelheden per artikel, waardoor we kunnen concurreren met onze collega’s in België, Frankrijk en Duitsland.

Dat Coroos steeds meer in het buitenland contracteert, betekent voor Nederlandse telers voorlopig niet zoveel. “Op lange termijn kan het voor hen wel lastig worden om deze producten te blijven telen”, schat Oostrom in. “We hadden het liefst alle percelen rond de fabriek liggen. Dit komt de transportkosten en de versheid van het product ten goede.”

Het contact met de telers, in de vorm van contracten sluiten en werkzaamheden op het land regelen, regelt Coroos via verzendhandelaren. De discussies rond de prijsvorming duren Oostrom te lang. “We moeten proberen de pieken en dalen in de prijsvorming af te vlakken. Zo krijgt de teler meer inzicht in wat hij van de industriegroenteteelt kan verwachten. Het prijsniveau is nu te afhankelijk van de tarweprijs. Het gevolg is dat de teler het ene jaar prettig aan de teelt verdient, terwijl het jaar erop een kaalslag wordt gepleegd. Helemaal stabiel wordt het nooit, maar we streven naar meer continuïteit.”

Oostrom verwacht dat de contractperiode altijd lastig zal blijven. “Het vinden van evenwicht zal een probleem blijven. Het kan makkelijker bespreekbaar worden als de vertrouwensbasis tussen telers, verzendhandel en industrie verbetert.” Nog beter is het volgens hem als de verzendhandelaren met elkaar om tafel gaan. Maar dat ligt gevoelig. “Op zich is het een klein netwerk, maar er heerst wel concurrentie.”

Hoewel de contractonderhandelingen lang duurden, heeft elk bedrijf voldoende aanvoer vastgelegd. “De prijzen in Nederland zijn het meest gestegen van West-Europa”, geeft Oostrom aan. “Als het gaat om kwaliteit staan de Nederlandse telers vooraan. Ik denk dat op termijn de teelt op kleinere percelen afvalt en dat industriegroenteteelt op grotere percelen blijft bestaan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.