Akkerbouw

Achtergrond 177 x bekeken

Alleen achterban kan productschappen redden

Het Productschap Akkerbouw (PA) heeft een pilotonderzoek laten doen onder 174 heffingbetalers naar het draagvlak. Daaruit blijkt dat een derde van de heffingbetalers niet goed weet wat het PA doet. Maar van de 66 procent die dat wel weet, vindt 84 procent dat het schap nuttige dingen doet.

Het eerste wat opvalt is het verschil tussen de geledingen van het PA. Van de telers weet 46 procent niet goed wat het PA doet. Bij de handel/kweekbedrijven is dat 17 procent en bij de industrie is dat 31 procent; gemiddeld een derde.

Van de telers die bekend zijn met het werk van het PA vindt 76 procent dat het schap nuttig werk doet. Bij handel/kweekbedrijven is dat 89 procent en bij de verwerkende industrie zelfs 100 procent; gemiddelde 84 procent.

Dat lijkt veel, maar door het feit dat een derde van de heffingbetalers niet weet wat het schap doet komt de totaalscore uit op zo’n 55 procent draagvlak. Terwijl de algemene maatregel van bestuur (AMvB), die ooit is opgesteld voor het draagvlakonderzoek, eist dat het draagvlak minimaal 60 procent moet zijn.

Volgens PA-voorzitter Theo Meijer zou in een echt draagvlakonderzoek de norm van 60 procent wel worden gehaald. ”Dan worden mensen die onvoldoende weten van de activiteiten van een productschap, daarover ingelicht. Dan kunnen ze alsnog een oordeel geven. In ons pilotonderzoek hebben we die vraagstelling beperkt tot mensen die in voldoende mate ons werk kennen.”

Maar zelfs als die norm van 60 procent wordt gehaald is het de vraag wat een productschap er mee opschiet. De tegenstanders van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO’s: productschappen en bedrijfschappen) zijn niet tegen de activiteiten. De kritiek is dat de heffingen verplicht zijn, terwijl de besturen niet democratisch zijn gekozen.

Zonder verplichte heffingen kan een schap niet functioneren. Maar het democratische gehalte kan worden opgeschroefd. Er is best een structuur te bedenken waarbij de heffingbetalers de bestuurders kiezen. Net zoals de belastingbetalers kiezen welke politici hun geld mogen uitgeven. Die omslag hebben de waterschappen ook gemaakt toen zij in een storm van kritiek kwamen te liggen.

Een probleem voor de productschappen is dat ze de indruk moeten vermijden dat ze met lijfsbehoud bezig zijn in plaats van met het algemeen belang. Daarom moet de achterban de politiek overtuigen van nut en noodzaak van de PBO’s.

Voorzitter Jaap Haanstra van LTO-Akkerbouw deed dat donderdag op de bestuursvergadering van het Productschap Akkerbouw. ”Het PA is van groot belang voor de akkerbouw. Er wordt onderzoek gefinancierd. Er worden regels en convenanten opgesteld die in het belang zijn van de hele samenleving. We werken aan een beter milieu, voedselveiligheid en duurzaamheid.”

Haanstra vindt de steun van 84 procent een bemoedigend getal. ”Ik kan me niet voorstellen dat de politiek een productschap afschaft, terwijl meer dan de helft van de heffingbetalers er positief over oordeelt.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.