Akkerbouw

Achtergrond 975 x bekeken

Op weg naar stabiele prijzen industriegroente

De contractonderhandelingen zijn achter de rug, de industrie-groenten worden gezaaid. Met een plus van 20 tot 25 procent zijn de Nederlandse arealen vlotjes gevuld. Lou Heijnen van Oerlemans Foods hoopt dat het hogere prijsniveau structureel is.

De laatste jaren schommelen de prijzen van industriegroenten sterk en dat leidt tot onrust bij telers. ”Ik zie liever een kabbelend golfje dan deze pieken en dalen”, zegt Lou Heijnen, directeur productie bij diepvriesgroenteverwerker Oerlemans Foods. ”Hopelijk wordt de prijs nu stabiel – licht – stijgend.”

Of dat gebeurt, hangt volgens Heijnen af van de graanprijzen en het inkoopgedrag van supermarkten. ”Iedereen is massaal tarwe aan het zaaien. Straks keldert hierdoor de prijs weer en daardoor de prijs voor industriegroente”, zo schetst Heijnen het doemscenario. Hij is echter overwegend positief over de afzet van agrarische producten. ”Mijn verwachting is dat de afzet versoepelt door de grote vraag naar landbouwgrond, terwijl het beschikbare areaal eerder krimpt dan groeit. Hopelijk blijft de graanprijs in de benen, zo rond de 200 euro per ton.”
Verbetering van samenwerking in de keten kan een stabiel stijgende prijs stimuleren. ”Wij hebben een marge van slechts enkele procenten”, zegt Heijnen. ”De supermarkt verdient het meest aan industriegroente. Als ze nou, bij bijvoorbeeld spinazie, 1 cent per doosje bij de verkoopprijs optellen en dat aan ons doorgeven, heeft de klant er geen last van en kunnen we goed telen. Dan hoeven we niet zo te sparren over de prijs en kunnen we het hoofd makkelijker boven water houden.”

Eigenlijk is er te veel aanbod, weet Heijnen. ”Bij een topoogst verkopen we soms zelfs onder de kostprijs. De supermarkt zou bij ons moeten komen om erwten, maar het is andersom. Intussen knijpen we elkaar allemaal uit in de agrarische sector. Dat is jammer. Voor het mooie product, dat dankzij het fantastische vakmanschap van telers wordt geproduceerd, wordt te weinig betaald. Dat geldt voor ons werk ook.”

In het laatste kwartaal van het kalenderjaar worden telers, een vaste kern in de buurt van de fabrieken, benaderd om het gewenste areaal bij elkaar te krijgen. Eerst worden contractafspraken gemaakt met de vertrouwenscommissie van Oerlemans. Vervolgens gaat het bedrijf de boer op om hectares vast te leggen. ”Het contract staat vast. Je tekent of niet.” De transport- en oogstkosten zijn voor de verwerker. Telers betalen een bijdrage in zaaizaad en teeltbegeleiding. ”Wij kunnen de oogstkosten over veel meer hectares verdelen, dus nemen we die zelf. Dat neigt naar de coöperatieve gedachte.”

Dit jaar verliep het contracteren soepel dankzij de prijsstijging van 20 tot 25 procent. ”Dat vinden telers een reële prijs. Maar meer hectares was moeilijk geworden”, weet Heijnen, die voor de Nederland, België en Frankrijk een krimp verwacht. ”Misschien wordt daardoor een tekort gecreëerd. Belgische contracten zijn in navolging van Nederlandse in prijs gestegen en dat is mooi. Ik heb ook tegen telers gezegd: ik hoop op een goede oogst, maar niet te goed.”

Het areaal van Oerlemans is stabiel op 3.000 tot 3.500 hectare bij 150 telers. Dat kan vanwege de capaciteit van het bedrijf. De vestiging in Broekhuizenvorst heeft twee verwerkingslijnen. Een daarvan kan worden omgebouwd tot friteslijn. Maar als vanaf half juni de groenten van het land komen, gaan de aardappelen aan de kant. Groenten kunnen immers niet worden bewaard en moeten snel worden verwerkt.

In tonnage is frites, waarmee de periodes tussen de groente-oogsten door worden opgevuld, het grootste product dat hier wordt verwerkt. Van de groenten hebben erwten en peen het grootste aandeel, gevolgd door sperziebonen en spruiten. In de fabriek in Broekhuizenvorst wordt vijf dagen per week in drie ploegen van elk vijftien personen gewerkt. Oerlemans werkt met vast personeel, omdat het veelal geautomatiseerde werk niet zomaar aan iedereen kan worden overgelaten. Jaarlijks produceert Oerlemans 35.000 tot 40.000 ton groente.

De diepvriesgroente-afzet in Europa groeit 1 tot 1,5 procent per jaar. Nederland kent geen diepvriescultuur, vertelt Heijnen. ”In Engeland en Duitsland zijn consumenten meer ingesteld op eten uit de diepvriezer. Ik verwacht meer groei in Oost-Europa, via onze Poolse fabrieken. Dat heeft ook weer een positief effect op de Nederlandse omzet.”

Verder is winst te behalen in samenwerking in de keten. ”We kunnen kosten verlagen door efficiënt samen te werken, bijvoorbeeld door teeltgebieden en machinegebruik beter te verdelen. Zo maken wij gebruik van overtollige oogstcapaciteit van Laarakker; zij oogsten sperziebonen voor ons. Ook moeten we streven naar grotere percelen. Toch is samenwerking in theorie makkelijker dan in praktijk. Het zou één groot bedrijf moeten worden, terwijl we met concurrenten te maken hebben. Het is een geleidelijk, niet te forceren proces waarin al stappen worden gemaakt.”

Van Depex naar Oerlemans Foods

In een voormalige boerderij in het buitengebied van het Limburgse Broekhuizenvorst huist Oerlemans Foods, onderdeel van de Vion Food Group. De groenteverwerking is hier begonnen onder de naam Depex. Toen dat failliet ging, is het bedrijf bezet door onder andere Jan Hulsen. Het werd de langste bedrijfsbezetting ooit in Nederland. Banken zagen er niets in, Josinus Oerlemans wel. Deze pionier, die al actief was in de agrarische sector als toeleverancier van onder meer gewasbeschermingsmiddelen, bouwde hier in 1977 de Oerlemans Diepvries Centrale op. Jan Hulsen kwam in dienst van het bedrijf dat uit drie takken bestond: groenteverwerking, agro en plasticproductie voor eigen gebruik en voor derden.

Jan Hulsen nam het bedrijf uiteindelijk over met Huub Voorhuis en de groenteverwerking bleef over. Er kwam een vestiging bij in Waalwijk en twee locaties in Polen. Toen ook zij met pensioen gingen kwam in 2007 Vion als koper in beeld. Zo bleef het bedrijf in Nederlandse handen, waarmee continuïteit werd beoogd. De naam Oerlemans prijkt nog altijd op de vlag die trots voor het bedrijf wappert.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.