Akkerbouw

Achtergrond 1630 x bekeken

'Zelf bewaren is ook een manier van uitbreiden'

Roelof Wester bewaart zoveel mogelijk producten zelf. De akkerbouwer in Bant heeft pas nog een schuur voor peenbewaring gebouwd. Vanwege zijn rotsvaste vertrouwen in de markt van dit seizoen, laat hij zijn ui en peen nog even zitten waar ze zitten.

Een eigen bewaarplaats ziet akkerbouwer Roelof Wester uit Bant als meerwaarde voor zijn bedrijf, een manier om extra omzet te behalen en kosten te beperken in een slecht jaar. Want koeling huren voor peen, wat hij deed voor hij zelf bewaring had, kost veel geld.

Westers bouwplan bestaat voor een kwart uit granen. De rest van het areaal wordt evenredig verdeeld over uien, winterpeen, witlofpennen, consumptie-aardappelen, pootgoed en verhuur voor tulpenbollen.

Peen bewaart hij in kisten in de nieuwe schuur. Uien worden los gestort in de bovengrondse koeling. Hij heeft ook uienopslag voor derden. Pootgoed gaat in kisten de bewaring in en consumptie-aardappelen worden ook los gestort.

In tegenstelling tot veel collega-akkerbouwers is Wester best te spreken over het seizoensverloop en het resultaat daarvan. ”We zijn pootaardappelen aan het sorteren en dat gaat goed. De schade valt mee. Ook over de andere producten mag ik niet klagen.”

Hij geeft aan dat het geluk regelmatig aan zijn zijde was. ”Ik hoefde niet op de slechtste momenten te rooien. Deels omdat we zelf uien rooien en deels omdat de loonwerker op de juiste momenten bij ons aan de slag kon. Vooral met de loonwerker heb ik het erg getroffen.”
Bovendien kreeg hij niet het beroerdste weer op zijn dak. ”Ik heb niet veel last gehad van extreem weer. We hebben wat vaker beregend dan normaal om het gewas aan de gang te houden. Dat zijn wel extra kosten.”

Het najaar was nat, zo ook Westers akkers. ”Het was een moeizame herfst. Het duurde allemaal zo lang. Je wilt wel, maar je kunt niet. Ik was met die schuur aan het bouwen voor de peenbewaring en had zo mooi wat afleiding. Als je niets te doen hebt, ga je je in zo’n periode wel opvreten.”
Wester realiseert zich dat het er ook heel anders aan toe is gegaan in Nederland. ”Als je zoveel water krijgt als bijvoorbeeld in Zeeuws-Vlaanderen, dan praat je wel anders.”

De uien konden pas laat worden gerooid. ”Maar het was een mooie week en ik hoefde niet te modderen.” Hij is dan ook tevreden over het resultaat van de teelt. Het bewaren is ook goed gegaan. Er ligt een mooi glanzende, knisperende box uien te wachten op een afnemer.

Met het pootgoed had Wester wat pech. ”Dat kwam te warm binnen en buiten was het zo vochtig, dat ik ze niet kon drogen. De eerste dagen zijn het belangrijkste bij het bewaren, dus dat was geen best begin.”

Het gevolg was wat rot in de aardappelen. ”Met behulp van veel lucht bleef de schade beperkt. Ik heb de rotte aardappelen gewoon in de kist laten zitten. Niet aanraken, bijverwarmen met kachels. De schade blijkt mee te vallen.”

In de teelt had Wester ook een obstakel in het pootgoed; een deel bleek aan het einde besmet te zijn met phytoph­thora. ”We hebben het loof direct doodgespoten en daarmee is het gestopt. Het kwam niet in de knol terecht.”

De wortelkisten waren dit seizoen zwaar door de grote hoeveelheid grond die is meegerooid. ”De kou kan echter toch goed in de kisten en bij de peen komen. De kwaliteit van het product lijdt hier dus niet onder. De netto-opbrengst is alleen zo’n 10 procent lager.”

Peen bewaren is eenvoudiger dan uien bewaren, is Westers ervaring. ”Bij peen is het vooral zaak om de boel goed koud te krijgen. Bij uien luistert het allemaal wat nauwer. Je hebt te maken met extra factoren als luchtvochtigheid en buitentemparatuur.

Hij merkt dat steeds meer collega’s zelf bewaarschuren bouwen. ”Ook zij willen de opslag in eigen hand hebben. Het is bovendien een manier van uitbreiden.”

Tot nu toe kan Wester al met al spreken over een goed seizoen. ”Maar ik heb nog niet afgerekend”, zegt hij daar snel bij. De consumptie-aardappelen van Wester worden in poolverband verkocht. Witlofpennen is een contractteelt. Met ui en peen handelt Wester zelf.

De akkerbouwer verkoopt vaak in één keer. Het tijdstip hangt af van zijn marktverwachtingen. ”Als ik niet had gedacht dat de prijs nog zou stijgen, had ik ze wel verkocht. Ik kan nog tot juni bewaren, dus we zien wel. Als de prijs daalt, ben je te laat. Tot nu toe is de afzet me zo goed afgegaan.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.