Akkerbouw

Achtergrond 165 x bekeken 1 reactie

Verduurzamen

De bodemgezondheid loopt terug door steeds intensievere bouwplannen.

Duurzaam telen. Dat is een kreet die de laatste jaren populair is geworden. Vrijwel elk bedrijf dat wil uitdragen dat het maatschappelijk verantwoorde producten produceert, vermeldt dat het product duurzaam is geteeld.

Maar wat is nu duurzaam telen? Is biologisch duurzaam? Is geïntegreerd telen duurzaam? Is het huidige gangbare telen ook duurzaam? Het begrip duurzaam is aan inflatie onderhevig. Door veelvuldig misplaatst gebruik heeft het aan kracht verloren. Duurzaam betekent in ieder geval zodanig met de productiefactoren omgaan dat de volgende generatie er ook over kan beschikken.

Duurzaam telen betekent dus voorzichtig omgaan met de bodem. Hierop voortbordurend leidde dit tijdens onze wekelijkse brainstormsessie op de akkerbouwredactie echter tot de volgende vraag: hoe gezond is de Nederlandse bodem eigenlijk? Of moet de vraag zijn: hoe ziek is de Nederlandse bodem?

Om een antwoord te krijgen op de vraag hoe ziek de Nederlandse bodem is, zochten we contact met diverse onderzoeksinstellingen en -instituten. Al snel kwam ik op het gezegde dat één gek meer kan vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Een simpele vraag dus, maar moeilijk te beantwoorden. Veel is bekend, maar nog veel meer onbekend.

Het goede nieuws: ziek is de Nederlandse bodem niet, maar ook niet blakend van gezondheid. Inkomen gaat nog te vaak vóór duurzaamheid. Met steeds krappere rotaties met kapitaalintensieve teelten – 1 op 3 tot zelfs 1 op 2 in aardappelen, 1 op in 3 bieten, 1 op 6 in uien – proberen telers hun inkomen op peil te houden. Graan, dat vaak zuiverend werkt op de grond, krijgt een steeds kleiner aandeel in het bouwplan. De bodem staat op een keerpunt. Bij eenzelfde nauwe teeltstrategie zal de bodemgezondheid teruglopen. En daarmee ook de opbrengsten en het inkomen voor de teler. Verduurzamen is daarom noodzaak.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Jan Zonderland

    Ik denk niet dat de nauwe rotaties waar Martijn het over heeft het grootste probleem zijn. Dat wat meer graan in het bouwplan goed is voor de bodemstructuur staat buiten kijf. Waar Martijn op doelt met de stelling dat graan een zuiverende werking heeft op de grond is mij een raadsel. Het grootste probleem is m.i. het steeds groter en zwaarder worden van de machines, die ook nog eens onder steeds slechtere omstandigheden toch kunnen rooien. Je kunt er nog zulke brede banden onder zetten ofwel rupsen, al dat gewicht moet wel door de bodem gedragen worden. En hoeveel rooimachines kunnen werkelijk op minder dan 1 bar, de spanning die max toelaatbaar geacht wordt om geen diepe structuurschade te veroorzaken, bandenspanning werken ? Ik was afgelopen najaar in de NOP even wezen kijken bij een boer die aan het rooien was met een 3 rijige bietenrooier met naastrijdende 12 tons kieper. Aan de andere kant van de sloot was een 6 rijige, 6 wielige bunkerrooier bezig. Mijn indruk was dat de boerencombinatie minder structuurschade veroorzaakte dan de 6 rijige loonwerkersmachine. Ook rooide het 3 rijertje nog met zichtbaar minder tarra onder de bepaald niet droge omstandigheden.

Of registreer je om te kunnen reageren.