Akkerbouw

Achtergrond 336 x bekeken

Ui blijft interessant gewas ondanks slecht seizoen

Vraag. Daar draait het om in de dynamische, wereldwijde uienmarkt. Als er maar vraag is, krijgt een grote productie best wel een plekje. Dus als Nederlandse teler zorgen voor een kwaliteitsproduct en goed imago, kan de uiensector slechte seizoenen als deze wel incasseren. De ui blijft een interessant gewas om te telen.

De grote uienproductie in binnen- en buitenland leidt dit seizoen tot een erbarmelijk prijsniveau van krap een euro voor 100 kilo uien. De uiensector gaat er waarschijnlijk niet veel door veranderen.

Het areaal zal iets dalen door deze prijzen, want – zeker buitenlandse – gelegenheidstelers haken hierdoor af. ’Hardnekkige’ uientelers weten dat het gewas over meerdere jaren een goed saldo kent, hoewel de uien soms moeten worden weggewerkt. Zo worden ze dezer dagen terug het land opgereden, weggegeven of aangeboden in het voercircuit.

Toch blijft de ui blijft een interessant akkerbouwgewas om te telen. Dat komt doordat uien grotendeels vrij worden verhandeld, waardoor marktwerking blijft bestaan. Dat maakt het een spannend, speculatief gewas. Maar ook risicovol.

Wie op het goede moment verkoopt, kan geld verdienen. Dat bleek vooral vorig jaar, toen de prijs in de laatste maanden van het seizoen tegen verwachting in vlot kelderde. Timing bleek alles bepalend. Vorig jaar is ook bewezen dat een grote productie en een goede prijs hand in hand kunnen gaan.

De export was bijzonder goed en bracht Nederland terug op de eerste positie in de lijst van uienexporterende landen. Nadeel is dat de slechte kwaliteit de reputatie van het Nederland product negatief beïnvloedde. Ook dit jaar is kwaliteit weer een belangrijk onderwerp. Drogen, drogen en nog eens drogen, is het devies, terwijl de prijs niets compenseert. Dat is zuur, maar tijdelijk.

In de loop der jaren is het areaal steeds gegroeid. Ook de productie per hectare breekt steeds records. De veredeling staat aan de wieg van deze ontwikkeling. Resistenties geven opbrengstzekerheid.

Een groeiende opbrengst klinkt wellicht gevaarlijk, maar een grote binnenlandse productie kan prima. De kostprijs gaat erdoor omlaag en de Nederlandse uienteler heeft meer te verhandelen. Nederland exporteert zo’n 90 procent van de uienproductie en is dus hoofdzakelijk afhankelijk van het buitenland.

Dat Nederland sterk is in logistiek en bewaartechnieken, biedt perspectief voor de toekomst. Dan moeten er echter wel nieuwe afzetmarkten worden aangeboord om het product kwijt te kunnen. Daar wordt in de sector aan gewerkt, maar men kan geen ijzer met handen breken. Zoiets vraagt tijd. Tot die tijd is het zaak om een kwalitatief goed product te telen, zodat het buitenland ook naar een groeiende productie uitziet.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.