Akkerbouw

Achtergrond 191 x bekeken

Uiensector uit krachten gegroeid

De telersbeurzen noteren deze dagen extreem laag voor uien; Emmeloord houdt het op 0,50 tot 1 euro en Middenmeer kwam niet verder dan 0 tot 1 euro per 100 kilo. De boeren krijgen feitelijk niks betaald en krijgen van hun afnemers mogelijk zelfs een rekening achteraf voor de droogkosten. Er zijn dan ook genoeg telers die afscheid willen nemen van een deel van hun uien voor een euro of zelfs een halve euro per 100 kilo.

Maar waarom? Het aanbod is allesbepalend, dat is veel te groot. Naar schatting zit Nederland dit seizoen met een overschot van 400.000 ton uien. Sorteerders verdringen zich al weken bij de exporteurs om de orders. Als gevolg van uitbreiding in de verwerkingscapaciteit kan de Nederlandse uiensector per week 30.000 ton uien aan, terwijl de export in goeden doen 23.000 ton kan plaatsen. De lage baalprijs die de Nederlandse exporteurs sinds september konden realiseren in de concurrentie met andere aanbieders kreeg een zichzelf versterkend effect. Hun afnemers zagen de Nederlandse uiennoteringen zakken en hadden ook nog eens veel aanbod in eigen regio en hielden de boot af in een krimpende markt.

Een bijkomend binnenlands probleem is het verschijnsel dat er in de afgelopen maanden ook te veel uien uit de pools zijn aangeboden, eigenlijk al vanaf de periode met de af land levering. Uienpools met veel uien van kleinere telers zonder opslag brengen partijen onder bij verwerkers. Dat aanbod komt vanwege de felle concurrentiestrijd tussen de sorteerders onderling veel te vroeg op de markt. Dit heeft bijgedragen aan een te snel doorgeschoten prijsdaling.

Een vergelijking met vorige seizoenen leert dat er voor de teelt uiteraard veel afhangt van de weersomstandigheden tijdens het groeiseizoen, maar dat er in de uienprijzen andere factoren ook doorslaggevend kunnen zijn. Daar dringt een vergelijking met de varkenssector zich op. Goede jaren leiden tot meer ’instappers’ en areaaluitbreiding. De buitenlandse instapper krijgt nu ongenadig het lid op de neus en heeft minder vlees op de botten, zodat hij het gaat afleggen tegen de professionelere Nederlandse uienketen die beter bestand is tegen deze koude sanering. De belangrijkste niet weersgebonden prijsinvloeden zijn toch minder van cyclische aard. In het slechte seizoen 2004/2005 gooide stagnerende export naar Rusland roet in het eten. In 2008/2009 was het de wereldwijde kredietcrisis in combinatie met voldoende beschikbaarheid van uien.

De Nederlandse teler heeft in dit moeilijke seizoen wel extra last van de schaalvergroting van de afgelopen jaren. Waren er in Nederland twintig jaar geleden nog duizend telers met een oogst van 100 tot 150 ton, het zijn er nu eerder driehonderd met productie van 600 tot 700 ton. Wie tegenwoordig met onverkoopbaar overschot komt te zitten heeft dus meteen een probleem van formaat om op te lossen. Zo’n hoeveelheid loos je niet even in een hoekje van de beschikbare hectares. Boeren vrezen dus niet voor niets voor bijbetaling op termijn, om de schuur te laten leeghalen voor afvoer naar de vergisting.

Of registreer je om te kunnen reageren.