Akkerbouw

Achtergrond 986 x bekeken

'Iedereen zou 20 procent minder moeten planten'

Het areaal bloembollen groeit terwijl de vraag achterblijft. De broeierij biedt nog kansen. ”Bollen telen lijkt nu op gokken in een casino, je weet niet welke prijs je krijgt.”

Bloembollentelers zijn volop aan het planten. Een prachtig gezicht, maar waar moet het product straks naartoe? Vanwege de geringe export, moeten al die bollen naar de broeierij. Deze kan de capaciteit wel aan, maar of al die bloemen worden verkocht in economisch mindere tijden is maar de vraag. Intussen blijft de productie maar groeien.

Bloembollen zijn een luxe product, zo verklaart bloembollendes­kundige Arno Vlaming van Agrifirm Plant de afname van de drogebollenverkoop. In economisch mindere tijden zijn consumenten minder genegen om bollen in de tuin te planten. Gevolg: meer bollen komen in de boeierij terecht, waardoor de bloemenaanvoer stijgt.

”Bloemenkopers stoeien met prijzen”, ziet Vlaming. ”Vorig jaar was de prijs van tulpen tot 1 maart goed. Toen werd het warm en daalde de prijs naar een dramatisch niveau.”

Toch hebben bloemen meer kans in de afzet dan bollen. ”In de winter kopen mensen sneller bloemetje, het is makkelijker dan het traject van bollen planten. Maar de bloemenafzet en dus ook prijs is sterk afhankelijk van de temperatuur.”

Gemiddeld moet de broeier zo’n 13 cent per tulp hebben om zijn kostprijs eruit te halen en nog iets te verdienen, legt Vlaming uit. ”De eerste maanden van het jaar lukt dat altijd wel. Daarna wordt het moeilijk.”

Het areaal tulpenbollen is nu ongeveer 9.500 hectare. Nieuwe technieken als bosmachines zorgen ervoor dat de productie groeit. Bedrijven groeien. Al met al leidt dat tot een grotere aanvoer van bloemen en bollen.

”En we zitten niet in een vraagmarkt. Toch verwacht ik dat de markt die extra bloemen heus wel kan hebben.”

De bloembollentelende broers Jack en Arie Vriend vergelijken hun werk met gokken in het casino, omdat ze nog niet weten wat ze voor hun product krijgen. ”We hopen iets toe te voegen aan het bestaande sortiment”, zegt Arie Vriend schouderophalend.

De broers uit het Noord-Hollandse Sijbekarspel grossieren in ’soortjes’. Op een perceel van 6,5 hectare dichtbij huis planten ze zo’n honderd tulpenrassen. De partijen variëren van 10 kilo tot 6 ton.

De partijen worden geteeld in buisnetten, een soort tunnels. ”Dat is makkelijk met die kleine aantallen, want je trekt ze zo uit de grond”, legt Jack Vriend uit. Een medewerker legt knopen aan het einde van de netten en stopt ze netjes in de grond, waarna slechts de knoop nog zichtbaar is. Vriend: ”Je kunt de bollen altijd rooien en je neemt alles mee. Bovendien zijn we ingesteld op de buisnettenteelt, we hebben er de machines voor. Dat verander je niet zomaar.”

Het plantseizoen is halverwege en loopt ruim een week achter ten opzichte van het gemiddelde. In goede weersomstandigheden, zoals de laatste tijd, planten telers wel 5 hectare per dag. Ook de gebroeders Vriend zijn tevreden over de plantwerkzaamheden van dit seizoen. Nu is het hopen dat dit de basis is van een mooi afzetseizoen.

Deze telers uit Sijbekarspel dragen in elk geval hun steentje bij aan een beter prijsniveau. ”We hebben 20 procent minder gezet”, zegt Arie Vriend. ”Als iedereen dat nou deed, zag het er een stuk beter uit voor de bollensector.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.