Akkerbouw

Achtergrond 755 x bekeken

Wormenprobleem aan de oppervlakte door natte zomer

Na een aantal rustige jaren komt het wormenprobleem dit seizoen door de natte zomer in alle hevigheid naar boven. Tientallen telers hebben hierdoor over een paar duizend hectare te maken met oogstproblemen. Volgens DLV Plant is onderzoek nodig.

Een overdaad aan regenwormen belemmert de oogst van uien en aardappelen op zware gronden in Flevoland, Haarlemmermeer en Zuidwest-Nederland. Rooivruchten zitten door verkitting vast in de grond en moeten met beregenen worden losgeweekt of tweemaal worden gerooid om van de kluiten af te komen.

Wormen konden zich hoog in de bouwvoor snel vermeerderen door de natte omstandigheden van de afgelopen zomer, vertelt Paul Hooijman van DLV Plant. Hij loopt vooral in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland op tegen de problematiek. ”Dat de chemische middelen die we gebruiken steeds schoner worden, speelt ook mee. Hierdoor kunnen wormen makkelijker overleven.”

Maar wormen zijn toch juist goed voor de bodem? ”De juiste soort in de goede hoeveelheid wel, ja”, zegt Hooijman.  ”De pendelaar is de beste soort. Die gaat van boven naar beneden door de bouwvoor en zorgt voor veel wortelgangen en ontwatering. Op de probleempercelen zijn die goede wormen bijna niet aanwezig.”

Bodembewoner Aporrectodea caliginosa is de soort de bodemstructuur kan verbeteren, maar ook kluitvorming veroorzaakt. In de bodemstructuur zit dan ook waarschijnlijk de diepere oorzaak en oplossing van de wormenoverlast. ”Een goede verhouding tussen calcium, water en lucht bestrijdt de wormen”, denkt Hooijman. ”Volgens mij voelen wormen zich prettig in natte grond die in elkaar wordt gedrukt. We zeggen dat wormen de grond slecht maken, maar ik denk dat wormen goed in slechte grond leven. Daar moeten we dus wat aan doen. Wormen kunnen zich wel eens minder thuis voelen in lossere grond. De laatste jaren was er weinig aandacht voor het probleem, omdat het minder speelde. Nu is het urgent door de natte zomer. Gezien het klimaat verwacht ik er daar in de toekomst wel meer van. Daar moeten we ons op voorbereiden.”

De verkeerde wormen scheiden een stof af die de grond vastlijmt, legt Hooijman beeldend uit. De producten komen zo bijna niet uit de grond en vervolgend komt er veel tarra mee. Ook in bijvoorbeeld suikerbieten. ”De grond wordt zo hard, dat je je knieën bezeert als je erop zou vallen. Je loopt over een aardappelrug als over een stoeprand. Je laat ook geen voetafdruk acht, zo enorm hard is de grond.”

Frustrerend voor telers, merkt Hooijman. ”Heb je een mooi product geteeld, gaat het op het einde zo mis”, stelt hij. Extra inspanningen zijn nodig om de oogst binnen te halen. Uien gaan nog eens over de rooiband of worden zelfs beregend om de verkitte brokken zacht te krijgen voor het laden. Ook aardappelruggen worden beregend voor de oogst. ”Dat kost sowieso meer brandstof; sommige uienpercelen worden met slechts 1 kilometer per uur gerooid.”
Wie te lang wacht met rooien, loopt groot risico op schade en problemen in de bewaring met kale en gebarsten uien.

Hooijman pleit voor onderzoek naar het effect van teeltmaatregelen op dit probleem. Dat begint met het in kaart brengen van het probleem. ”Waarom heeft de ene teler er meer last van dan de andere? Daar moet een reden voor te vinden zijn. Misschien leidt structuurverbetering tot minder problemen. Kalk toedienen en groenbemesters toepassen is niet voldoende. Er is meer aan de hand. Daar ben ik benieuwd naar. Maar onderzoek kost geld. We moeten dus zoeken naar budget voor dit onderschatte probleem.”

WUR onderzoekt wormen, geen prioriteit voor PA


In hoeverre regenwormen verantwoordelijk zijn voor de huidige oogstproblemen is onvoldoende bekend, zegt Klaas van Rozen van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR. ”Regenwormen worden regelmatig vastgesteld, maar aantallen worden niet gemeten”, legt hij uit. ”Daarnaast spelen andere aspecten een rol, zoals slechte weerbaarheid van de kleigrond, neerslaghoeveelheden, de omstandigheden waarin de voorjaarsbewerkingen zijn uitgevoerd en allerlei effecten van teeltmaatregelen die verschillend zijn bij de individuele telers.”
Ook Van Rozen ziet de noodzaak in van onderzoek. ”In 2011 is een onderzoeksvoorstel richting Productschap Akkerbouw gegaan, maar dit probleem heeft vooralsnog onvoldoende prioriteit. Bij WUR loopt een onderzoek naar de omvang van het probleem in de Flevopolders en het verkrijgen van fundamenteel inzicht waarom de klei door wormen meer gaat kitten, de resultaten hiervan zijn nog niet bekend.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.