Akkerbouw

Achtergrond 1279 x bekeken

Nederlandse aardappel impuls voor voedselproductie Kenia

De Nederlandse aardappel kan een bijdrage leveren aan het oplossen van het voedselprobleem in Kenia. Daarvoor is vers, virusvrij pootgoed nodig. Rob Holtrop werkt daaraan.

Door Yvonne Oerlemans

Als je aan Kenia denkt, denk je als toerist waarschijnlijk aan wildparken, safari’s en strand. Als landbouwer denk je aan koffie, thee, boontjes en bloemen, belangrijke exportproducten van het land, producten die ook op de Nederlandse markt worden afgezet.

Waar je misschien niet aan denkt bij het Oost-Afrikaanse land, zijn aardappelen. Aardappel is, na mais, het gewas dat in Kenia het meest wordt verbouwd voor lokale consumptie. Zo’n half miljoen boeren verbouwen zo’n 108.000 hectare. De meeste boeren zijn eigenaar van een klein stukje land en zijn verenigd in coöperaties. Ze oogsten jaarlijks 1 miljoen ton aardappelen in twee oogstseizoenen. Maar die oogst voldoet absoluut niet aan de vraag van de consument.

Patat
Driekwart van de huishoudens in stedelijke gebieden consumeert regelmatig aardappelen, met een gemiddelde van 5 kilo per volwassene per maand. Daarnaast zijn restaurants, hotels en kleine kiosken die voedsel aan de kant van de weg verkopen, grote aardappelafnemers. Kenia importeert geen pootgoed, en importeert maar een kleine hoeveelheid verwerkte aardappelen als eindproduct in de vorm van gesneden patat en chips. Dat er regelmatig schaarste is aan voedsel is pijnlijk duidelijk, gezien de recente hongersnood.

Die hongersnood komt voornamelijk door de droogte. Maar tegelijkertijd is de lokale voedselproductie per hectare niet optimaal vanwege het gebruik van verouderd pootgoed. En de regelgeving voor import van pootgoed is, ironisch genoeg, zeer streng. Een tegenstrijdige situatie dus. Kenia zou veel optimaler gewassen op de goede en vruchtbare grond kunnen verbouwen, wat bij zou dragen tot een grotere voedselzekerheid.

Het probleem zit dus voor een gedeelte in het pootgoed. Het is al meer dan dertig jaar geleden dat er in Kenia nieuw, vers en gezond pootgoed werd gebruikt en in die tijd is het nooit vernieuwd of ververst. Het zit vol virussen. Enkele van de rassen die in Kenia als pootgoed gebruikt worden, komen oorspronkelijk uit Nederland, zoals Dutch Robyn en Desiree. De opbrengst is, met zo’n 8 tot 10 ton per hectare, erg laag, tegenover een grote vraag naar voedsel.

Virusvrij
Dat kan veel beter, dacht ook Rob Holtrop. Holtrop is mede-eigenaar van Africalla Farm in Limuru, ten noorden van de hoofdstad Nairobi, die voornamelijk bloemen en bollen van Zantedeschia en Calla levert aan de Nederlandse markt.

Als zoon van een aardappelteler begon het bij Holtrop toch te kriebelen. ”Door de combinatie van een slechte consumptie-aardappel, lastige importregels, lage opbrengsten en een hongersnood zo dichtbij, besloot ik te proberen het oude Keniaanse pootgoed weer virusvrij te maken. Omdat die aardappel niet nieuw meer is, is de bakkwaliteit en voedingswaarde niet meer optimaal. Een virusvrije pootaardappel levert wel tot acht keer meer op, en de opbrengst is ook nog eens een kwalitatief betere aardappel voor zowel boer als consument”, zegt Holtrop.

Inmiddels is het Holtrop, in samenwerking met een laboratorium in Naivasha, gelukt om vier oude aardappelrassenvirusvrij te maken en weer opnieuw op te kweken, met opbrengsten van zo’n 70 ton per hectare per jaar, in twee oogsten. Hierdoor kunnen de lokale boeren hun oogsten aanzienlijk gaan verbeteren tegen dezelfde kosten. Het gaat om de rassen Dutch Robyn, Desiree, Tigoni Gold en Asante.

Grenzen open
Holtrop besloot dit project op te starten, omdat het tot nu toe dus bijna onmogelijk bleek om gezond pootgoed te importeren naar Kenia. Dat was Den Haag ook al opgevallen: staatssecretaris van landbouw Henk Bleker bracht onlangs een bezoek aan Kenia en heeft met zijn Keniaanse collega-landbouwminister Sally Kosgei vastgesteld dat de noodzaak er is om de grenzen open te stellen voor vers pootgoed.

De regelgeving is te streng en de redenen hiervoor zijn niet echt duidelijk. Daar gaat echter nu wel verandering in komen. Er is afgesproken dat er acht nieuwe Nederlandse aardappelrassen in Kenia mogen worden geïmporteerd. De aardappelrassen worden in samenwerking met Wageningen Universiteit en Researchcentrum geselecteerd; voor het eind van dit jaar moet dit geregeld zijn.

Bleker bezocht ook het aardappelproject van Holtrop tijdens zijn bezoek aan Kenia. Hoe ziet Holtrop de relatie tussen de nieuwe te importeren rassen en zijn eigen virusvrije aardappel?

Holtrop: ”De vraag is enorm en wij kunnen daar zelf niet allemaal aan voldoen. Daarnaast zal de Keniaanse boer waarschijnlijk niet zomaar de Nederlandse prijs voor het pootgoed kunnen betalen. Wij lopen daar op dit moment ook tegenaan met ons eigen pootgoed. Lokale boeren hebben daar simpelweg niet voldoende kapitaal voor. De nieuwe Nederlandse aardappel zal waarschijnlijk nog een keer moeten worden vermeerderd, zodat de prijs omlaag kan. Wij zien daar wel een rol in voor ons bedrijf.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.