Akkerbouw

Achtergrond 2319 x bekeken 1 reactie

Graszaad onzeker geworden voor akkerbouwers

Het areaal graszaad is in vijf jaar meer dan gehalveerd. De prijzen schommelden de laatste jaren sterk en de laatste twee oogsten verliepen moeizaam door nat weer. Graszaadbedrijf Vandijke Semo begrijpt dat akkerbouwers terughoudend zijn om graszaad te telen. ”Graszaad is onzeker geworden voor de akkerbouwers.”

In de verwerkingshal van Vandijke Semo in het Groningse Scheemda staan honderden kisten met uitgangsmateriaal van vooral graszaad, koolzaad, spinazie en groenbemesters. Graszaad vormt het grootste deel van de omzet van het zaadproductiebedrijf. Maar de productie van andere zaden wordt belangrijker, zeggen de eigenaren Henk van Dijke en Bert-Jan van Dinter. ”De concurrentie op de graszaadmarkt is erg groot. Daarom hebben we onze activiteiten verbreed.”

Vandijke Semo en Barenbrug zijn de enige graszaadbedrijven die nog volledig in Nederlandse handen zijn. De andere bedrijven zijn opgegaan in grote internationale firma’s, zegt Van Dinter. ”Rond 2000 telde Nederland nog zo’n acht graszaadbedrijven. Doordat Cebeco Handelsraad een schuld van 325 miljoen euro moest aflossen, hebben ze hun graszaadbedrijven verkocht aan buitenlandse ondernemingen. Het heeft geleid tot een sterke schaalvergroting. De EU verbruikt jaarlijks rond 150.000 tot 200.000 ton graszaad. Meer dan de helft van die markt is in handen van de Deense coöperaties.”

Van Dinter stelt dat de Denen een andere strategie hebben dan Vandijke Semo. ”De Deense zaaizaadcoöperaties hebben meer belang bij grote productie-arealen. DLF kiest vooral voor kwantiteit, waar Vandijke Semo zich meer richt op kwaliteit en toegevoegde waarde.”
Wat ook meespeelt is dat akkerbouwers het saldo van graszaad vergelijken met tarwe, zegt Van Dinter. ”In Denemarken houdt de prijszetting rekening met een tarweopbrengst van 8 ton per hectare. Hier halen akkerbouwers 10 ton tarwe van een hectare. Dan ziet het rekensommetje er anders uit. Het zorgt voor een andere concurrentieverhouding tussen de gewassen onderling.”

De graszaadsector heeft niet alleen een sterke concentratie achter de rug. De laatste jaren zijn erg wisselend geweest wat betreft verdiensten. Door de hoge graanprijzen van seizoen 2007/2008 moesten de graszaadbedrijven meer betalen om voldoende areaal te krijgen. Maar de voorraden groeiden enorm in 2008 en 2009, waardoor overschotten ontstonden. Bovendien kon de VS door de almaar dalende dollarkoers goedkoop graszaad aanbieden in de EU. En de afzet stagneerde. Door de lage melkprijs investeerden veehouders minder in graslandvernieuwing. En door de economische crisis bezuinigden overheden op de groenvoorziening.

Nu is de markt voor graszaad weer krap geworden, zegt Van Dijke. ”Het probleem bij graszaad is dat je in de herfst zaait, het jaar erna oogst en het jaar daarna het graszaad vermarkt. Dat maakt het plannen van het areaal lastig. Bovendien bepaalt het weer wat je per hectare kunt oogsten. Dat kan sterk verschillen per jaar en heeft grote invloed op de beschikbaarheid.”

In 2005 besloeg het Nederlandse areaal graszaad nog 27.650 hectare. Dit jaar is 10.420 hectare geteeld. Vandijke Semo wil het areaal graszaad graag uitbreiden, zegt Van Dinter. ”Wij krijgen niet geproduceerd wat onze afnemers vragen. Wij kunnen slechts 70 tot 80 procent van het areaal graszaad geteeld krijgen, omdat akkerbouwers toch liever voor de zekerheid van een graanteelt kiezen. Hoewel we een minimumprijs garanderen van gemiddeld € 1,50 per kilo. Dat is twee keer zo veel dan twee jaar geleden. Bovenop deze minimumprijs komt een nabetaling als het graszaad op de markt meer opbrengt. De vooruitzichten zijn goed.”

Van Dinter heeft begrip voor de terughoudendheid van akkerbouwers om graszaad te telen. ”De prijs schommelde de laatste jaren van 60 cent tot € 1,50 per kilo. Dat zijn grote schommelingen en heeft de graszaadsector onzeker gemaakt voor de akkerbouwers. Bovendien hebben de telers door het natte weer twee jaar achter elkaar een moeizame oogst gehad. Dat drukte de opbrengsten en verhoogde de kosten voor het drogen van het zaad. Dat alles verlaagde het animo om graszaad op te nemen in het bouwplan.”

Vandijke Semo koos in het verleden al voor verbreding van de bedrijfsactiviteiten om minder afhankelijk te zijn van graszaad. Van Dinter: ”We verrichten werkzaamheden voor andere zaadbedrijven, zoals het mengen, coaten, verzwaren en kleuren van zaden. We produceren ook zaad van koolzaad, diverse koolsoorten, spinazie en lok- en vanggewassen (bepaald soort groenbemesters) en zaden voor de biologische sector. We veredelen zelf lok- en vanggewassen.”
Van Dijke ziet de belangstelling voor groenbemesters groeien omdat ze een gunstige invloed hebben op de bodemgezondheid. ”Het is een belangrijke poot onder ons bedrijf geworden. De omzet in groenbemesters en andere zaden dan graszaad en de nevenactiviteiten op het gebied van zaadbewerking beslaan al ongeveer 20 procent van onze omzet.”

Ondanks het gekrompen areaal voorzien Van Dijke en Van Dinter een goede toekomst voor de graszaadteelt in Nederland. Van Dinter: ”Ons klimaat is erg geschikt om graszaad te produceren. Vooral de late rassen doen het hier goed. Dat heeft Nederland vóór op Denemarken, waar late rassen lastiger zijn te telen. Bovendien verbetert graszaad de bodemgezondheid. Dat is belangrijk als een akkerbouwer veel hakvruchten teelt. Op het gebied van de afzet trekt de vraag vanuit de groenvoorziening aan. En je ziet in de melkveehouderij de tendens om de koeien meer weidegang te geven. Daar hebben veehouders goed gras voor nodig.”

Graszaadbedrijven verhogen prijzen

De graszaadbedrijven hebben de minimumprijzen voor de oogst van 2012 fors verhoogd. Toch krijgen ze niet het areaal dat ze graag willen.

Joop Bouwkamp, hoofd Productie bij Barenbrug, schat dat het areaal 25 tot 30 procent groeit ten opzichte van de oogst van dit jaar. ”Ondanks een verdubbeling van de minimumprijzen hebben wij het areaal niet helemaal vol gekregen. Maar het is wel beter gegaan dan we hadden verwacht, vooral bij de belangrijkste rassen.”

Bouwkamp schrijft het gebrek aan interesse bij de akkerbouwers toe aan het weer. ”Veel telers moesten nog aardappelen, uien en bieten rooien en hadden geen tijd graszaad te zaaien. Bovendien hebben ze twee jaar achter elkaar moeilijke oogsten achter de rug door nat weer. Dat brengt extra kosten met zich mee. En ze kregen matige prijzen voor het graszaad.”

Bouwkamp vindt dat de graszaadsector moet voorkomen dat het areaal en de prijzen sterk wisselen per jaar. ”Dat tast het vertrouwen van de telers aan. Dat moeten we nu weer opbouwen. De graszaadprijzen blijven schommelen, want dat doen de graanprijzen ook. Maar de sector moet grote prijsschommelingen voorkomen. Bij de huidige prijzen halen goede telers bij graszaad een hoger rendement dan bij graan.”

Euro Grass heeft 30 tot 35 procent meer areaal kunnen contracteren, zegt directeur Edwin van Sligter. ”De minimumprijzen stijgen 25 tot 30 procent, maar we krijgen niet het gewenste areaal.”
In Nederland stond dit jaar 10.420 hectare graszaad. Vijf jaar geleden is 26.150 hectare geteeld. Van Sligter denkt dat het areaal onder een kritische grens is gezakt. ”De sector heeft minstens 15.000 hectare nodig. Het is slecht voor de naam van het Nederlandse graszaad als we onze afnemers niet van voldoende graszaad kunnen voorzien. Dat terwijl bepaalde soorten uitstekend in Nederland geteeld kunnen worden. Bovendien verrijkt graszaad de bodem, waar vervolggewassen van profiteren. Dat positieve effect is bij de teelt van graszaad groter dan bij de graanteelt.”

Van Sligter vindt dat de sector in een spagaat zit. ”Door de hogere graanprijzen moeten we de telers meer betalen. Maar dat zet de marges voor een gezonde bedrijfsvoering bij de zaadbedrijven onder druk. We wijzen de akkerbouwers op de voordelen van het telen van graszaad voor de bodem. Met de huidige prijzen kunnen ze een goed saldo realiseren. En onze afnemers kunnen profiteren van de uitstekende kwaliteit graszaad dat Nederland produceert. Dat is van een veel betere kwaliteit dan wat ze op de internationale markten kunnen kopen. Gelukkig zijn de vooruitzichten voor de afzet van graszaad goed.”

Bij Innoseeds groeit het areaal van 5.700 naar ruim 7.500 hectare, zegt productiemanager Wim Geluk. ”De groei is hard nodig want de voorraad zijn enorm geslonken. De minimumprijzen stijgen bij Engels raaigras met 40 tot 45 procent. Er volgt een nabetaling als de markt gunstig is geweest. We hebben ruim 90 procent van het gewenste areaal kunnen contracteren. Maar we hebben daar wel heel veel energie in moeten steken. Ik verwacht voor 2013 een verdere groei van het areaal vanwege de goede afzetmarkt.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Branderhorst

    Het verhaal met graszaad is overzichtelijk. Ook aan telers zijde is het een kwestie van vraag en aanbod. Alle mooie verhalen over structuurverbetering en het mogelijke weer volgens Bouwkamp zijn niet de verklaring. De opbrengsten en risico's zijn de afgelopen jaren gewoon niet voldoende betaald. Dus zijn er andere gewassen gekozen.

Of registreer je om te kunnen reageren.