Akkerbouw

Achtergrond 905 x bekeken

Kartelwet blokkeert overleg over aardappelmarkt

Uit de aardappelsector klinkt nog altijd het geluid dat telers een betere positie moeten krijgen. Nederlandse telers proberen wat te leren van de prijsvorming in andere landen en vragen zich af in hoeverre zij daar hun voordeel mee kunnen doen. De Europese kartelwet vormt daarbij een obstakel.

In de aardappelsector wordt al jaren gesproken over de ondergeschikte positie van de telers ten opzichte van de afnemers. Diverse initiatieven zijn ontplooid om dat te verbeteren, zoals de Stichting Poolfonds Aardappelen (SPA) en een vrijwillige krimp van het areaal. Maar verder dan praten kwam het niet. Toen Agrico in november vorig jaar de handel in fritesaardappelen overdroeg aan Aviko Potato laaide de discussie opnieuw op. Weer een grote afnemer minder.
Het heeft veel rumoer veroorzaakt, constateert Jan Douma, voorzitter van de vereniging Landbouwbeurs Noord en Centraal Nederland (LNCN). ”Het heeft veranderingen aangebracht in de afzetstructuren, zowel in de teelt als in de handel.”
Daarom nodigde de LNCN drie aardappeltelers uit op een themadag in Dronten om hun afzetstrategie uit de doeken te doen. Guy Depraetere teelt aardappelen in België. Jan Bennen heeft een bedrijf in Canada en Koos Dekker boert in Nederland en Polen.
De overeenkomst is dat bij alle drie telers contracten belangrijk zijn. Dekker verkoopt 40 procent van de aardappelen op contract. Bij Depraetere varieert dat van 50 tot 70 procent. Bennen verkoopt alles op contract.
Het grote verschil is dat in Canada het areaal en de contractprijs tot stand komen in overleg tussen telersorganisaties en verwerkers. Bennen is meestal verzekerd van een marge bovenop de kostprijs. In Europa moet de teler individueel met de verwerker om tafel. Daardoor ligt de contractprijs meestal rond de kostprijs. Het maakt het Canadese systeem aantrekkelijk. Maar dat komt in Europa nooit van de grond, verzucht Depraetere. ”De kartelwet in Europa staat niet toe dat er overleg is over de afzetmarkt”, zegt hij.

Aardappelteelt in Canada vooral via contract

Aardappeltelers in Canada vrijwel verzekerd van marge
Jan Bennen heeft een akkerbouwbedrijf in Alberta in het zuiden van Canada bij Calgary. Op een akkerbouwbedrijf van 1.600 hectare teelt hij één op zes aardappelen. Bij de oogst worden de aardappelen direct gelezen, gesorteerd en opgeslagen.
In Canada is veel overleg tussen telers en aardappelverwerkers, zegt Bennen. ”Dat loopt via de United Potato Growers of Canada, waarin zeven provincies samenwerken waar veel aardappelen worden geteeld.”
De United Potato Growers beschikken over een databank met informatie over de aardappelmarkt van de laatste tien jaar. Bennen: ”De fritesindustrie overlegt per provincie met telersorganisaties over hoeveel aardappelen nodig zijn en welke prijs daarbij hoort. De telers stemmen hun areaal daar op af. Zo’n 95 procent van de aardappelen worden onder contract geteeld.”
De United Potato Growers geven alleen een advies aan de telers over het areaal, zegt Bennen. ”Het kan niet juridisch worden afgedwongen. Maar de verwerkers houden zich ook aan de ongeschreven regel dat ze niet apart met telers onderhandelen. Alle contracten zijn daardoor vrijwel gelijk.”
De contractprijs ligt 5 tot 6 procent boven de kostprijs, zegt Bennen. ”In 2010 was de kostprijs 2,5 procent hoger dan de contractprijs. Door de regen zijn niet alle aardappelen gerooid. En we maakten meer kosten voor gewasbescherming. Daarom wordt voor dit jaar een marge gehanteerd van 7 procent boven de kostprijs.”
Als in een seizoen meer aardappelen worden geoogst dan voorzien, onderhandelt de telersorganisatie met de fritesverwerker over de afzet.
Bennen: ”Als die afzet er niet is gaat de overproductie weg als veevoer. Overproductie is niet in het belang van de telers.”
Bennen vindt het een goed systeem. ”Het voordeel is dat zowel de fabriek als de teler lange termijn investeringen kunnen doen. De teler weet dat hij zijn investeringen terug verdient en de fabriek is verzekerd van aanvoer.”
Bennen ziet ook nadelen. ”Je kunt als teler niet sneller groeien dan je afnemer. En voor nieuwkomers is het erg lastig om te starten met de teelt van aardappelen.”

’In Nederland zijn de concurrentie en speelruimte verdwenen’

’In Nederland zijn de concurrentie en speelruimte verdwenen’
Koos Dekker heeft een akkerbouwbedrijf in de Hoeksche Waard en sinds 1999 ook in Strzelin in het zuidwesten van Polen. Daar teelt Dekker 350 hectare aardappelen op een bedrijf met 1.050 hectare akkerland.
Toen Dekker begon in Polen sloot hij een contract af met verwerker McCain. ”Dat contract liep zes jaar. Inmiddels teel ik nog 40 procent onder contract. De rest van de aardappelen gaan naar verpakkers, of ik sorteer en verpak ze zelf voor de lokale afzet. Ik heb nu een grote klantenkring waardoor ik minder aardappelen onder contract hoef te telen.”
Op het akkerbouwbedrijf in de Hoeksche Waard teelt Dekker 200 hectare consumptieaardappelen. ”Ik heb een goede relatie met mijn afnemers, maar ik kies bewust niet voor één afnemer. Er zijn in Nederland nog maar vier grote afnemers over. De concurrentie is weg en daarmee ook de speelruimte in de markt.”
Dekker constateert dat in Nederland de aardappelprijs vaak niet boven de kostprijs uitkomt. ”Produceren rond de kostprijs is gevaarlijk. Het is dan altijd maar de vraag of het bedrijf het overleeft.”
Dekker levert een deel van de aardappelen onder contract. ”Als de meeleveraardappelen ergens anders meer opbrengen dan gaan ze niet naar de fabriek waar ik een contract mee heb. Ik wil zelf baas blijven over mijn aardappelen.”
Dekker vindt dat het gereguleerde afzetsysteem van aardappelen in Canada voordelen heeft. ”In Nederland doen de mosselvissers het ook zo. Ze varen alleen uit als ze wat kunnen verdienen.”

Belg Guy Depraetere: groei verwerkingscapaciteit is in belang van telers

Guy Depraetere teelt 20 hectare aardappelen op een akkerbouwbedrijf van 95 hectare in het Belgische Lierde op de grens van Vlaanderen en Wallonië. Hij kan 400 ton aardappelen opslaan. ”De rest gaat in tijdelijke opslag of verkoop ik direct af land.”
Depraetere teelt Bintjes. ”Dit jaar komt daar Fontana bij. Tussen 50 en 70 procent verkoop ik onder contract aan verwerker Clarebout.”
Volgens Depraetere telt België twintig grote aardappelverwerkers. ”Vorig jaar is voor het eerst meer dan 3 miljoen ton aardappelen verwerkt. In 2015 is dat gegroeid naar 4 miljoen ton.”
De snelle groei van de verwerkingscapaciteit is in het belang van de telers, denkt Depraetere. ”Een grotere verwerkingscapaciteit geeft meer stabiliteit op de markt. De afzet van diepvriesfrites heeft als voordeel boven de verse aardappelmarkt dat er jaarrond kan worden geleverd. Bovendien wordt bijna overal in de wereld frites gegeten, zodat nog groei mogelijk is.”
Depraetere constateert dat in België iedere verwerker zijn eigen uitbetalingssysteem heeft. ”Er moet meer uniformiteit komen in de beoordeling van de kwaliteit. Ook zie ik liever dat we omschakelen van kilocontracten naar hectarecontracten. Nu ligt het risico volledig bij de telers.”
Depraetere is naast akkerbouwer ook secretaris van het Algemeen Boeren Syndicaat (ABS). Het ABS startte begin 2009 met het initiatief om telers over te halen vrijwillig het aardappelareaal te verkleinen, zodat een betere prijs kan worden bedongen bij de afnemers. De opzet was een soortgelijke organisatie als de United Potato Growers in Canada en de VS. Depraetere: ”In plaats van een krimp is het areaal in België in twee jaar met 26 procent gegroeid. Zolang de Belgische afnemers steeds meer aardappelen vragen, blijft het areaal groeien. Dan heeft het streven naar een areaalkrimp niet veel zin.”’Aanbodbeheersing op het niveau van de boer is moeilijk, concludeert Depraetere. ”Om de telers toch een sterkere positie op de markt te geven, moet er een informatiesysteem komen over de aardappelmarkt in Noordwest-Europa.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.