Akkerbouw

Achtergrond 332 x bekeken

Erwinia nog steeds onoplosbaar voor pootgoedsector

Ook in 2010 zijn veel percelen pootaardappelen in klasse verlaagd vanwege erwinia. De bacterieziekte bezorgt de pootgoedsector hoofdpijn. Een gerichte keuring door de NAK op erwinia helpt. Een verplichte toets van pootgoed op de ziekte is nog een brug te ver.

De bacterieziekte erwinia blijft dè grootste zorg voor de pootgoedsector de komende jaren. Het gerichter keuren van de keuringsdienst NAK op de ziekte lijkt een positief effect te hebben. Maar het is niet voldoende. Een verplichte test op latente besmettingen (niet zichtbaar aan knol of plant) lijkt nu nog een brug te ver. De test is niet betrouwbaar genoeg.

In 2010 heeft de NAK 14 procent van het areaal pootaardappelen in klasse verlaagd, inclusief afkeuringen, vanwege erwinia. Dat is minder dan in 2009. Maar afnemers van Nederlands pootgoed blijven klagen over erwinia in hun aardappelteelten.

De NAK heeft vorig jaar tijdens de veldkeuring een strenger beleid gevoerd voor erwinia. Zo zijn percelen waar de teler veel selecteerde, vaker bezocht door een keurmeester. Als aardappelplanten verwelkingssymptomen vertoonden, mocht de teler een paar dagen het gewas niet selecteren.

Bovendien maakte de NAK gebruik van herkomstgegevens van het pootgoed. Vorig jaar zijn dertig aardappellijnen gedefinieerd met een groter risico op besmetting met erwinia. Die lijnen zijn gepoot op driehonderd percelen. Van die percelen is tweederde in klasse verlaagd vanwege erwinia. De NAK stelt dan ook dat gericht keuren op erwinia helpt om besmettingen op te sporen.

Maar alleen gerichter keuren is niet genoeg om de ziekte er onder te krijgen. Nederlands pootgoed dreigt een slechte naam te krijgen bij afnemers. Het lijdt tot schade, die snel kan oplopen als afnemers zich wenden tot leveranciers elders in West-Europa.

Daarom overweegt de NAK om een verplichte erwiniatoets in te stellen voor pootgoed van de hoogste klasse S en later eventueel ook SE, dat bestemd is voor de handel. De NAK legt een voorstel hierover voor aan de telers tijdens een serie bijeenkomsten deze maand. De NAK hoopt met een verplichte toets meer besmet pootgoed op te sporen in de hoogste klassen, zodat de ziekte zich minder kan verspreiden.

Telers reageren gemengd op het voorstel. Een aantal hikt aan tegen het feit dat een negatieve laboratoriumuitslag op erwinia onvoldoende zekerheid geeft dat de teelt onbesmet blijft. De telers vrezen dat een verplichte test leidt tot veel kosten. Andere telers leggen echter de nadruk op het imago van het Nederlandse pootgoed, dat door erwinia-besmettingen onder druk staat.

Het is een lastige discussie, zegt Peter Ton, directeur van handelshuis Stet Holland en lid van de adviesgroep van de NAK. “Iedereen is het er wel over eens dat erwinia probleem nummer één is voor de pootgoedsector. Maar een verplichte toets roept veel discussie op.”

Volgens Ton spitst de discussie zich toe op twee punten. ”Dat is allereerst de betrouwbaarheid van de toets. Er is onvoldoende bekend over de relatie die er zit tussen de uitslag van de laboratoriumtest en hoe erwinia zich openbaart in de teelt. Sommige partijen zeggen dat de toets toch ingevoerd moet worden omdat het probleem mòet worden aangepakt. Andere partijen vinden dat eerst een betrouwbare test nodig is. Voor je het weet heeft het Nederlandse pootgoed een stigma opgelopen op basis van een onbetrouwbare test.”

Het tweede punt van discussie is of een toets moet worden opgenomen in het keuringsreglement van de NAK of dat het aan de individuele handelshuizen is om zo’n toets uit te voeren. Ton: “Het uitvoeren van zo’n toets op grote schaal is voor een kleiner handelshuis een groter struikelblok dan voor handelshuizen met een grote omzet.”

Coöperatie Agrico toets alle S en SE pootgoed op erwinia, zegt commercieel directeur Jan van Hoogen. “Maar dat is meer voor het gevoel dan dat het zekerheid geeft. Zolang die zekerheid niet groter wordt, is een verplichting niet op zijn plaats. Bovendien zit er een kostenplaatje aan. Als er een verplichte test komt, dan moet het collectief worden getest, net zoals we nu doen op virusziek in de nacontrole.”

Manager Peter Oldenkamp van handelshuis KWS van Rijn vindt ook dat de huidige test onvoldoende zekerheid geeft om het verplicht te maken. “Zelfs als die zekerheid er wel is, krijg je nog discussie over het toetsmoment. Hoe later in de verwerking des te meer kans dat je erwinia vindt.”

En de vraag ontstaat hoe de kosten worden verdeeld over de sector, zegt Oldenkamp. “De hele sector heeft baat bij een goede aanpak van erwinia. Maar je kunt niet alle kosten leggen bij de hoogste klassen. Een verplichte toets maakt het uitgangsmateriaal duurder.”

Oldenkamp vindt dat ook telers een taak hebben. “Onderzoek wijst uit dat de werkwijze van een teler invloed heeft op het risico op erwinia.”

Ook HZPC toetst het pootgoed op erwinia, zegt manager Jan Hoogenboom. “Maar het probleem blijft de betrouwbaarheid. Het is voor ons niet meer dan een aanvulling op de veldkeuring.”

Beleidsmedewerker Henk van de Haar van de NAK raadt op de telersbijeenkomsten de sector aan goed na te denken over de aanpak van erwinia. “Jamaica wil geen pootgoed meer uit Nederland vanwege erwinia. Nu was Jamaica een kleine afnemer. Maar als grotere afnemers dat ook doen leidt dat tot veel schade. Israël toetst alle pootaardappelen op erwinia. Nederland scoort daarin slechter dan Duitsland. Het garantieniveau moet omhoog. Er zijn nog te veel klachten van afnemers dat ze erwinia hebben in hun aardappelen.”

Erwinia belangrijkste ziekte in pootaardappelen




De belangrijkste kwaliteitsziekte bij pootaardappelen in Nederland wordt veroorzaakt door een groep bacteriën die wetenschappers aanduiden als het erwiniacomplex. De bacteriën veroorzaken zwartbenigheid en stengelnatrot. Tot het erwiniacomplex horen verschillende soorten Pectobacterium- en Dickeya-bacteriën.

Het onderzoeksinstituut LEI concludeerde in een studie uit 2008 dat erwinia in 2007 de telers 24 miljoen euro kostte omdat pootgoed is afgekeurd of in klasse verlaagd. Het heeft de handelshuizen 7,5 miljoen euro gekost door een lagere marge en reclamering van afnemers. Van 2003 tot en met 2007 kostte erwinia de telers gemiddeld 12 miljoen euro per jaar. Voor de handelshuizen is dat 5 miljoen euro. De schade voor de telers ligt rond de 1 cent per kilo. Voor de handelshuizen is dat 0,4 cent. Als erwinia het pootgoed blijft verzieken treedt imagoschade op en kan de schade oplopen naar 1,8 cent per kilo.

In 2009 startte het Deltaplan Erwinia, een vervolg op het project ’Bacterievrije Pootgoedteelt’, dat liep van 2005 tot en met 2008. Dit project heeft meer inzicht gegeven in de problemen die de bacterie veroorzaakt. Het deltaplan moet concrete oplossingen bieden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.