Akkerbouw

Achtergrond 443 x bekeken

Communicatie tussen telers en wetenschap nog onvoldoende

Hoeveel van de onderzoeksresultaten die uit de Wageningen Universiteit rollen, worden daadwerkelijk door boeren opgepakt?  Te weinig, denken zowel veel onderzoekers als telers. Stichting Veldleeuwerik wil het cement leveren, zodat van de losse bakstenen een huis kan worden gebouwd.

Op de najaarsbijeenkomst van de Koninklijke Nederlandse Plantenziektekundige Vereniging deden veel onderzoekers hun wetenschappelijk onderbouwde visie op bodem en bodemgezondheid, het fundamenet van een akkerbouwbedrijf, uit de doeken. Ze vertelden hoever ze met hun onderzoeken zijn en hoe ze dat aan de man willen brengen.

Thomas Been van Plant Research International pleit voor een digitaal kaartje, het begin van een historisch overzicht van een perceel. Uitwisseling van die gegevens moet mogelijk zijn, bijvoorbeeld via Google Maps, om inzicht te geven in bodemkwaliteit bij het wisselende grondgebruik. ”Als je dat niet doet wordt een perceel een black box. Geschiedenis van ziekten en plagen is onbekend, net als bijvoorbeeld bemesting en vruchtwisseling.”

Structureel kennissystemen ontwikkelen om alle gegevens te visualiseren, ook voor derden. Daar pleit Been voor. Zo weten akkerbouwers sneller waar goede grond beschikbaar is. Hiermee borduurt hij voort op systemen als Nemadecide en Akkerweb. ”Het probleem is dat wij daar niet genoeg geld voor hebben.”

Gerard Korthals, onderzoeker bij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO), zegt dat de koppeling tussen praktijk en wetenschap juist goed is. ”Publicaties, presentaties, studiegroepen. Zo dragen we onze kennis over naar de praktijk.”

Toch blijkt dat niet genoeg. Zo houdt Renske Landeweert van Blgg Agroxpertus een relaas over het meten van bodemparameters in de praktijk. Ze concludeert dat telers de meerwaarde niet inzien van biologische monstername. ”We willen graag toe naar een nuttig advies voor de boer: praktisch, betaalbaar, up-to-date en betrouwbaar. De interpretatie van resultaten uit ons onderzoek is echter heel lastig. Het is dus heel moeilijk daaraan een advies te koppelen.” Landeweert stelt voor tot een ’spekkoekmodel’ te komen, waarin alle informatie over een perceel is opgestapeld.

Bollenteler Jan Hoogeveen oppert dat onderzoekers vaker op het agrarisch bedrijf moeten komen, zodat ze binding krijgen met de teler om tot praktijkgerichtere oplossingen te komen.

Louis Nannes van Agrarische Unie en het project Veldleeuwerik heeft het compromis: drie speciaal getrainde, onafhankelijke adviseurs ondersteunen telers bij de uitvoering van innovaties die door onderzoekers bedacht zijn. De teler maakt zich dat daarna eigen. Nannes: ”Leren door te doen, dat past bij boeren.”

Of registreer je om te kunnen reageren.