Akkerbouw

Achtergrond 286 x bekeken 2 reacties

We doen het zelf wel!

Voorlichting gaat ook hier het beste door dingen te laten zien. Het effect van structuurbederf kun je laten zien met zand in flessen. Goed pootgoed geeft vier keer zoveel opbrengst. Daar leren boeren van.

Een van de kenmerken van de voormalige Sovjet-Unie was het bolwerk van onderzoekers en onderzoeksstations. Ze vormden samen een hechte kliek die de meest wonderbaarlijke dingen onderzocht. Ze produceerden aan de lopende band nieuwe “rassen” van gewassen en vee. Daar namen ze dan patenten op en kregen er medailles voor. Voor zover van toepassing en nuttig werden deze ontdekkingen dan gebruikt op de staatsbedrijven.

Na de val van de Sovjet-Unie is een compleet nieuwe situatie ontstaan. Door het wegvallen van de staatsbedrijven verloren de wetenschappers hun “greep” op het productieproces. Hun rassen en variëteiten verdwenen of verwaterden. Velen van hen hebben geloof ik nog steeds niet door dat de landbouw tegenwoordig voor het grootste deel bedreven wordt in kleinschalig familieverband. Deze families hebben meestal van huis uit geen ervaring met boeren en zijn voortdurend op zoek naar kennis en informatie, die ze zeker niet van die voormalige wetenschappers krijgen. Veel komt van gluren bij de buren, maar ja: als die het ook niet weten, dan werkt dat mechanisme ook niet.

Geen trek in experimenten

Mijn Betuwse buurman uit mijn studententijd zei altijd: “Voorlichting is oplichting!” Dat vond ik ook toen al een boude uitspraak, maar als iemand zelf niet kan of wil nadenken, dan gebeurt het al snel dat alles wat gezegd wordt, voor zoete koek aangenomen wordt. Hier in Kirgizstan zijn de boeren arm en zullen ze niet snel aan het experimenteren slaan nadat ze alle risico’s van droogte, overstromingen en sprinkhanen overwonnen hebben. Toch zijn er genoeg voorlichtings-boodschappen die zich in de praktijk bewezen hebben en die de opbrengst zouden kunnen verhogen. De uitdaging is om die op een efficiënte manier onder de aandacht te brengen van deze boeren.

Aanschouwelijk onderwijs voor boeren

Ik bezocht gisteren een zogenoemde Farmer Field School (FFS). Dat is een groep van boeren, die samen met een deskundige van een ontwikkelings- of voorlichtingsorganisatie een jaar lang bezig is met een bepaald gewas, in dit geval aardappelen.
Met simpele voorbeelden en zelf doen worden alle teeltaspecten onder de loep genomen. Plastic waterflessen met afgesneden bodem worden op hun kop aan een paal geknoopt en gevuld met respectievelijk losse droge grond, losse droge grond die aangestampt wordt en met natte grond die op dezelfde manier aangestampt wordt. Vervolgens wordt er in alle drie flessen water op de grond gegoten (op de droge grond wat meer) en gemeten hoe lang het duurt voordat al dat water doorgelopen is. Een snelle manier van mensen laten zien wat structuurbederf doet voor waterinfiltratie.

Test aardappelen poten

In een niet al te groot veld in het dorp worden vervolgens op verschillende manieren aardappelen geplant: eigen nateelt, elite pootaardappelen, met en zonder kunstmest, met en zonder topdressing, een stukje met alleen stalmest en biologische preparaten. Dat laatste noemen ze “biologische” teelt, beter is om het lage kosten teelt te noemen.
In wekelijkse sessies wordt het gewas geobserveerd en de verschillen genoteerd. Dit gebeurt samen met de voorlichter, die eigenlijk meer een facilitator is geworden.

Na de oogst begint het rekenwerk. De 4 kilo Picasso elitepootgoed uit Nederland die een FFS vorig jaar bemachtigde gaf 78 kilo opbrengst, de 4 kilo lokaal “pootgoed” gaf 20 kilo met dezelfde behandeling. Aankoop van “duur” pootgoed loont dus. Als mensen dat met eigen ogen zien, dan hoeft een voorlichter niets meer te zeggen

Na een jaar zo te hebben gewerkt worden de meest geïnteresseerde boeren geholpen om zelf met een groep buren het nog eens over te doen. Met een klein beetje hulp en ondersteuning krijgen zo veel families snel de kennis en vaardigheden om hun aardappelopbrengst te verdubbelen. Eigenlijk niet veel anders dan de Nederlandse studiegroepen van boeren. Het grote verschil is alleen dat die hun eigen ervaring inbrengen en zich niet beperken tot een jaar.

Gebrek aan goed pootgoed

Een groot probleem voor Kirgizische boeren is dat elite- of A-pootgoed. Dat is niet makkelijk lokaal te krijgen. Import neemt veel tijd en is riskant met alle grenzen die gepasseerd moeten worden. Er bestaan verhalen van pootgoed dat bijna de wagon uitgegroeid was toen het aankwam.
Is er niet een aardappelbedrijf in Nederland geïnteresseerd om met zo’n groep boeren pootgoedteelt in licentie op te zetten? Er is al een (poot)aardappelcoöperatie in het zuiden opgezet met Nederlands ontwikkelingshulpgeld, maar ook die is gedwongen tot te lange nateelt.

Goede grond en boeren in de aanbieding

Hier in het noorden (Issykul) is zeker plaats voor nóg een bedrijf. Een vallei op 2.000 meter met goede leemgrond met geïsoleerde dorpen en geïnteresseerde boeren in de aanbieding! China en Kazachstan zijn dichtbij. Met een zaad- en pootgoedlaboratorium aanwezig in Bishkek, inclusief Elisa-apparatuur, moet toch iets op te zetten zijn?

Foto's: Anton van Engelen

Foto: Umut Egemberdieva

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    aardappelboer

    Anton, Ik zie wel wat mogelijkheden mbt pootgoed, zou je mij kunnen mailen?

  • no-profile-image

    Han

    Anton naar mijn idee is Kirgizie gebaat bij eigen pootgoedteelt, waarbij ze gegarandeerd zijn van 100 % Erwinia vrij pootgoed tegen een acceptabele prijs. Ik heb zelf gewerkt in Iran als pootgoedspecialist voor Technico. Technico heeft als uitgangsmateriaal miniknollen (10 gr / stuk) verkregen via snelle vermeerering. Toen ik er werkte waren de Iraanse laboratorie doende om via de snelle vermeerdering hun eigen teelt op te zetten. in ieder geval is duidelijk dat mininkollen maar een fractie aan transport vragen dan standaard pootgoed en daar komt bij dat infectie met bacterieen en virussen nagenoeg NUL is.
    Voor meer info kun je altijd contact met me opnenemen via de mail.

Of registreer je om te kunnen reageren.