Akkerbouw

Achtergrond 162 x bekeken 1 reactie

WTO-akkoord: impasse dreigt

In de onderhandelingen over een WTO-akkoord stellen Amerika en Europa zich hard op, de ontwikkelingslanden en ‘nieuwe’ handelsblokken willen nu een akkoord.

De discussie over een WTO-akkoord die vanaf vandaag (maandag 21 juli) in Genève begint, dreigt in een impasse te raken. Europese en Amerikaanse onderhandelaars stellen zich hard op, de ontwikkelingslanden en zogenoemde nieuwe handelsblokken willen nu een akkoord. Als beide partijen hun hakken in het zand zetten, komt er niets van terecht. Wat is namelijk het geval?

Concurrentiepositie

De ontwikkelingslanden waaronder ook China, India en Brazilië gerekend worden, willen dat de Verenigde Staten en Europa hun landbouwsubsidies met respectievelijk 70 en 60 % verminderen en de importtarieven met 54 % verlagen. Daarmee hopen de ontwikkelingslanden een betere concurrentiepositie te krijgen en meer toegang tot de westerse markt.

Als voorwaarde voor de afschaffing van subsidies stellen westerse landen een volledige opening van de markt in ontwikkelingslanden. Zo willen ze met allerlei diensten en (industriële) producten toegang krijgen tot de ontwikkelingsmarkt.

Ontwikkelingslanden vrezen in dat geval juist een verslechtering van de concurrentiepositie, omdat ze nooit op kunnen tegen de mega-exporteurs uit het westen.

Westerse landbouwlobbyisten vrezen in alle gevallen een grote aderlating op het gebied van werkgelegenheid en prijsvorming. De gestelde voorwaarden komen hun dus goed uit, omdat het erop lijkt dat de Doha-handelsronde hierop zal stranden.

Volledige vrijhandel gewenst?

Beide partijen eisen dus van de andere partij vrije handel, maar alleen op die terreinen die hen goed uitkomen. De onderhandelaars moeten zich de hamvraag stellen: is volledige vrijhandel wel zo’n goed idee? Of is een partiële vrijhandel mogelijk?

De Verenigde Staten, die met de nieuwe Farm Bill de komende 5 jaar 286 miljard dollar voor de landbouw uittrekken, beschermen de eigen markt nog meer dan alle ontwikkelingslanden samen. Is het dan eerlijk om Thailand te verwijten dat het exportbeperkingen oplegt in verband met de voedselcrisis? Is het dan eerlijk om landen te verwijten dat ze tariefmuren verhogen voor goederen die ze zelf maken? Het klinkt goed roepen om volledige vrijhandel, maar omdat niemand zich er aan houdt, is het onderkennen van beschermingspraktijken een beter uitgangspunt. Daarvoor een morele code opstellen, kan een eerste stap zijn.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Marc van der Sterren

    “Het klinkt goed roepen om volledige vrijhandel.” Nee Rinus, dat klinkt naïef. Het klinkt goed omdat het de groten der aarde zijn die het roepen, maar zij hebben allemaal een commercieel belang. In werkelijkheid is het onrealistisch om te denken dat we wereldwijd een gelijk speelveld kunnen creëren.

Of registreer je om te kunnen reageren.