Akkerbouw

Achtergrond 151 x bekeken

Greenpeace helpt Monsanto

Toelating van een gengewas wordt complex. Dat werkt monopolisten in de hand.

Er heerst in Nederland en in de EU nog steeds angst voor genetisch gemanipuleerde gewassen. Of die angst nu wel of niet terecht is daar waag ik mij nu niet aan. Voor de Nederlandse akkerbouwers is het echter van belang te weten wanneer en hoe dit hete hangijzer afkoelt.

Actiegroepen als Greenpeace houden de angst voor gentechvoedsel in stand door er voordurend negatieve aandacht op te vestigen. Bijvoorbeeld door alleen te wijzen op de vermeende nadelen van dit voedsel. Of door het vroegtijdig betreden en ongevraagd oogsten van proefvelden met genetisch gemanipuleerde mais en suikerbieten. Greenpeace denkt hiermee het algemeen belang te dienen, maar dat kan op termijn wel eens heel anders uit pakken.

Door al die negatieve aandacht voor gentechnologie zoekt de politiek een uitweg. Politici sleutelen nu aan een nieuwe, strengere wet- en regelgeving voor de toelating van gengewassen in de EU. Maar de zeer complexe regelgeving om het ‘Frankensteinvoedsel’ buiten de deur te houden, krijgt een bittere bijsmaak. Voor het op de markt brengen van een gengewas moet een veredelingsbedrijf namelijk miljoenen euro’s investeren in onderzoek. Daarnaast moet een bedrijf een keur aan juristen betalen. Zelfs een groot Nederlands pootgoedhandelshuis zoals Agrico kan geen €10 miljoen ophoesten puur en alleen voor de registratie van een genaardappel.

Het gevolg is dat alleen monopolisten als Monsanto en Syngenta het zich kunnen veroorloven om gengewassen te introduceren op de verschillende markten over de hele wereld. In die markten zijn intussen meer dan 100 gengewassen toegelaten.

Als de gengewassen hier vroeg of laat op de markt komen, is er dus slechts een beperkte rassenkeuze. Bovendien zijn die rassen alleen te koop bij een paar monopolisten tegen een hoge prijs. De machtige gentechbedrijven zijn zo de lachende derde.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.