Akkerbouw

Achtergrond 227 x bekeken

Kunstmest en westerse agrohulp

Een project in arme landen sterft wel vaker een snelle dood omdat subsidies opdrogen, kunstmest te duur wordt en de (westerse) handel de productie doodconcurreert.

In een discussie in Nieuwe Oogst met Niels Röling over hightech versus lowtech landbouw (zie vorige weblog) was zijn discussiepartner akkerbouwer Gerard Vossen, parttime ontwikkelingswerker voor Agriterra. Hij zit op de lijn-Rabbinge, volgens welke de wereldbevolking alleen gevoed kan worden met dure hulpmiddelen als kunstmest. ‘Het gaat erom hoe je op de meest praktische manier het beste resultaat behaalt. En dat is met kunstmest’, zegt hij. Kunstmest is volgens hem te verkiezen boven dierlijke mest want: ‘Op een gemengd bedrijf is het weidende vee roofgoed voor rebellen. Bovendien maak je van een akkerbouwer niet zomaar een veehouder.’

Brandhaarden

Tja, daar zeg je wat. Landbouw wordt nooit gezond als de rebellen je have en goed stelen. Maar hoeveel procent van een land wordt eigenlijk geteisterd door rebellen? We lezen de brandhaarden in de krant, maar iedereen die wel eens ver weg op vakantie gaat, weet dat het grootste deel van het land dan rustig kan zijn. Landbouw wordt niet hoofdzakelijk bepaald door rebellen, maar door prijspolitiek, infrastructuur en/of klimaat. Het komt mij overigens voor dat Vossen vooral in gebieden komt waar de infrastructuur zodanig is dat er makkelijk aan kunstmest te komen is en waar de grond of het gewas (aardappelen) zo lucratief is dat met die kunstmest al heel veel winst is te halen.

Oneerlijke concurrentie

Hij heeft natuurlijk gelijk als hij zegt: ‘Het beste plan is geen plan, maar improviseren op basis van de omstandigheden’. Het geeft geen pas om als westerse agrohulp in een land het gebruik van kunstmest te verbieden. Je moet het plaatselijk bekijken. Wat ik altijd vrees, is wat er gebeurt als de adviseurs vertrokken zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat een project een snelle dood sterft omdat de subsidies zijn opgedroogd, de kunstmest te duur is geworden en de (westerse) landbouwhandel de productie heeft doodgeconcurreerd.
Daarom nog één keer Röling: ‘Zolang daar niets aan gebeurt, kun je met technische oplossingen, zoals kunstmest of precisielandbouw, geen kant uit. Wat ik mensen als Rabbinge vooral kwalijk neem, is dat ze de technische oplossingen als alleenzaligmakend blijven presenteren en geen enkel oog ontwikkelen voor de totaal scheve institutionele voorwaarden. Daarom word ik zo kwaad van dat domme gepraat over kunstmest’.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.