“Als ik nog directeur voorlichting was zou ik dit nooit hebben gedaan”, reageert Henri Kruithof, directeur voorlichting tussen 1993 en 2000. Kruithof, thans betrokken bij de VVD-campagne, vindt dat er “van alles mis is” met de Gerda. “Het is veel te veel persoonsverheerlijking. Ik geloof dat Verburg wel op tien pagina’s staat met een foto of interview. Dat hoort niet met overheidsgeld gedaan te worden.”
Daarnaast heeft Kruithof bezwaar tegen de timing. “De verkiezingen voor de Tweede Kamer komen eraan, en Gerda Verburg staat waarschijnlijk op de CDA-lijst. Dan hoor je de uitgave terug te trekken. Die kan immers worden uitgelegd als een vorm van politieke propaganda op rekening van de belastingbetaler.”
Kruithof ziet ook wel in dat de Gerda een knipoog is naar andere bladen zoals de Linda en de Youp. “Maar die zijn privaat gefinancierd. Dit is de eerste keer dat er belastinggeld voor is gebruikt. Als het nu gewoon een voorlichtend magazine over LNV, zijn werk en beleid was geweest ...”
Ook Kruithofs voorganger Cees Gravendaal, directeur voorlichting tussen 1987 en 1993, noemt de Gerda op de site van het Agrarisch Dagblad “een voorbeeld van slinkse overheidspropaganda”, die de geloofwaardigheid van de politiek en in dit geval het ministerie ondermijnt.
“De laatste jaren is voorlichting over beleid op slinkse wijze door de spindoctors omgebouwd tot propaganda. [...] De ambtelijke voorlichters zouden hun ministers eens moeten tegenspreken en met beleid naar buiten komen en niet met eenzijdige propagandapraatjes”, aldus Gravendaal. “CDA-minister Verburg heeft de geloofwaardigheid van haar ministerie en van haar partij een slechte dienst bewezen.”
De Kamer debatteert morgenvroeg over de gepastheid van de Gerda.
Lees ook: Kamer wil Balkenende bij Gerda-debat










