Het kabinet trekt geld uit voor onderzoek naar methaanuitstoot door herkauwers. Het gaat om onderzoek naar mogelijkheden om via ander krachtvoer de methaanproductie in de pens te minderen. Laboratoriumonderzoek leverde aanwijzingen op dat via grondstoffenkeuze en additieven winst is te halen. Verder onderzoek moet uitwijzen of en hoe methaanproductie in de koe omlaag kan.
Een voortvarende aanpak van de bijdrage van de melkveehouderij aan het broeikasprobleem is nodig. Ruim 10 procent van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland komt uit de landbouw en de helft daarvan uit de melkveehouderij. Die 5 procent bijdrage in kuubs broeikasgas weegt relatief zwaar, aangezien methaan vele malen schadelijker is dan CO2. Wereldwijd is volgens de FAO de landbouw verantwoordelijk voor 18 procent van het broeikaseffect. Op dat getal is ook de stelling gebaseerd dat, qua milieubelasting, autorijden beter zou zijn dan vlees eten.
Nederlandse melkveehouders met hun relatief intensieve bedrijven steken in dit opzicht trouwens gunstig af bij hun collega’s elders in de wereld. ‘Intensief’ en ‘weinig milieubelastend’ kunnen in elkaars verlengde liggen, zo blijkt maar weer eens.
Wat evenzogoed niet wegneemt dat de Nederlandse melkveehouderij enthousiast aan de slag moet om de methaanuitstoot zo dicht mogelijk bij de bron aan te pakken. Dat is dus om te beginnen in de koe. De uitstoot van broeikasgassen in Nederland moet in 2020 omlaag naar een derde van die in 1990. Er is al sprake van een vermindering, maar nog lang niet genoeg. De sector moet alle kansen benutten voor een werkbare reductie van de methaanproductie. Al helemaal in de wetenschap van de uitbreidingsplannen op veel bedrijven voor na 2015.
Alleen onderzoek aan voer is niet genoeg. De hele sector moet zich open stellen voor – misschien soms lastige – oplossingen voor het methaanprobleem.












