Gerrit (45) en Anjo (44) te Velde (links op de foto) hebben in Hollriede/Westerstede (D.) een bedrijf met 350 vermeerderingszeugen, waarvan 30 zuivere Nederlands Landvarkens voor de eigen aanfok. In totaal zijn er op drie locaties nog een kleine 1.000 vleesvarkens. Op de foto is verder nog vaste medewerker Udo Becker te zien, en tijdelijke bedrijfshulp Hinrich Schmidt (die helpt in verband met rugklachten van Gerrit).
Tekst: Martin ten Hooven. Foto’s: Fotopersbureau Jan Sibon
Tot maart 2009 lagen de zeugen in het kraamhok nog in het stro. De nieuwe kraamstal heeft zes afdelingen met 18 kraamhokken en een reserveafdeling met vier hokken, zonder beweegbare vloer. De zes afdelingen met kraamhokken zijn uitgerust met de Balance Frame-hokken van Nooyen.
Bij dit type kraamhok drukt de zeug met de rug tegen een hendel. Vervolgens wordt de zeug met box en al ongeveer 25 centimeter omhoog gedrukt, met perslucht. De biggen blijven in het biggennest. Pas als de zeug weer ligt, zakt de box naar het niveau van de biggen.
De uitval in de zoogperiode is gedaald van 14 naar 9,4 procent. Bij 350 zeugen, worpindex 2,4, 13,35 levend geboren biggen en 1,6 procent uitval na het spenen betekent dit 508 dieren meer grootgebracht per jaar. Bij een meeropbrengst van €25 per big levert dit €12.700 op. De extra investering in de balanshokken bedroeg €28.000.
Er heerst veel rust in de stal. Volgens Te Velde komt dat omdat er constant muziek in de stal is te horen. Vaste medewerker Udo Becker geeft hier wat prestarter aan de biggen. De zeugen blijven rustig liggen.
De box met de zeug staat los van de hokafscheiding. Voor en achter de zeug is een ruimte van ongeveer 15 centimeter. Biggen kunnen zodoende rond de zeug lopen om bij de uier te komen om te zogen.
De vloer voor de biggen is van geplastificeerd metaal. In beide ruimtes naast de zeug is een dichte vloer met vloerverwarming.
In de brede centrale gang staat een kar met daaraan ongeveer 80 biggenlampen. Bij het werpen hangt er een lamp net achter de zeug en twee boven de biggenruimtes. De lampen moeten verkleumen voorkomen en de biggen naar de verwarmde plaat lokken. Na drie dagen gaan de lampen uit de afdeling.
Overtallige biggen worden na acht dagen in een reservekraamafdeling, zonder beweegbare bodem, grootgebracht met een Mambo. Er is met een plaat en een lamp een biggennest gemaakt.
De afdeling is ook als kraamafdeling te gebruiken.
De dosator van het voersysteem is heel eenvoudig te verwijderen en vervolgens te reinigen. In de dosator zit een rubber blaas die het voerniveau bepaalt. De bruine buis zorgt voor de aanvoer van de verse lucht van boven het plafond, het frisseneuzenprincipe.
De verse lucht wordt via 72 slangen onder de stal door aangezogen. De slangen liggen in het zand, ongeveer 75 centimeter onder de putten, en zijn 19 meter lang. De lucht wordt zo geconditioneerd. Op 1 februari was de buitentemperatuur 0 graden, terwijl de lucht bij het binnenkomen op de centrale gang 6,6 graden was.
De slangen komen uit in een put onder de centrale gang. Deze is 2 meter breed en 1,60 meter diep en vormt een buffer voor de verse lucht. Via een plaat langs de zijwand gaat de lucht naar de centrale gang en vervolgens naar de geïsoleerde ruimte tussen dak en plafond van de afdeling.