De op de exportplaats van
DTL aangevoerde biggen wegen gemiddeld 30 kilo per stuk. Volgens DTL directeur Peder Jensen is minder dan 10 procent van de biggen geënt tegen Circo. Jensen: “Circo is niet echt een thema in Denemarken.”
Foto's: Henk Riswick, tekst: Kees van Dooren
DTL zeg jaarlijks 500.000 biggen te exporteren. Daarvan gaat minstens 80 procent naar Duitsland. De rest belandt elders in de EU. Voor derden verlaadt het bedrijf op jaarbasis 180.000 biggen.
Bij het lossen van biggen is altijd een onafhankelijk dierenarts aanwezig. Biggen waar iets aan mankeert, of die volgens DTL niet voldoen als exportbig, worden uit de koppel genomen en gaan weg als slachtbig. Dat is service richting de boer. Die kan de afdeling leegmaken.
De biggen zijn vitaal. Na het lossen doen ze zich ten direct tegoed aan het beschikbare water en voer. Biggen met oornecrose zitten er niet tussen.
Op basis van gezondheid zijn de biggen op drie niveaus in te delen. Van hoog naar laag: SPF, SPF+ en basis. SPF is vrij van APP en Mycoplasma en/of PRRS. SPF+ is in ieder geval APP-vrij. De werkdag begint altijd met het verladen van biggen met de hoogste gezondheidsstatus.
De stalbaas sorteert de biggen op gewicht. De ‘vrije biggen’ gaan voornamelijk naar het (noord)westelijk deel van Duitsland. Vleesvarkenshouders in Oost-Duitsland investeren vaak wel in een vaste relatie met een fokker. Duitsers rekenen hun biggen steeds vaker af op de voor hen bekende Niedersachsen-notering. Zeker 10 procent doet dat al, volgens DTL.
DTL zit aan de autosnelweg, vlakbij de grens met Duitsland. Veeauto’s die Denemarken inkomen, moeten verplicht worden gewassen. Daarna is het toegestaan om te laden bij DTL of een andere exportplek. Om te laden bij een boer moet een auto eerst 48 uur in quarantaine. Maandelijks gaan 1.800 wagens door de wasstraat van DTL.
Wagens die vanaf Deense bedrijven de varkens bij de exportplek brengen, hebben een eigen wasplek. Auto’s die binnen Denemarken rijden, blijven op de zogenaamde binnenring van de exportplek. Auto’s die dieren afvoeren en uit het buitenland komen, blijven op de buitenring. Een binnenlandse auto die per abuis op de buitenring komt, mag twee etmalen niet laden bij een Deense boer. Hij valt onder het regime voor buitenlandse auto’s.
Het kantoor waar de bedrijfsleiding en de administratie van DTL zetelen, is sober. DTL heeft twee stallen om biggen te verladen, een stal voor vleesvarkens en de vierde stal wordt gebruikt om biggen binnen een vaste koppeling tussen opfokker en mester, en opfokzeugen, te verladen. In een stal op een paar kilometer afstand verlaadt DTL speenbiggen en zuiverelijns-fokdieren
DTL heeft 12 auto’s, waarvan 9 SPF-auto’s. Die SPF-auto’s moeten waarborgen dat gezonde biggen gezond op de plek van bestemming komen. DTL heeft in totaal 35 personeelsleden in dienst. Dat zijn voornamelijk chauffeurs en wasstraatmedewerkers. De wasstraat ligt namelijk alleen stil tussen zaterdagavond 22.00 uur en zondag 15.00 uur.
Jaarlijks exporteert en verhandelt DTL circa 170.000 vleesvarkens. De varkens die van de wagen lopen, wegen volgens de stalbaas gemiddeld ruim 120 kilo. De dieren hebben een Duroc-vader.
Een dierenarts controleert de varkens tijdens het lossen. Varkens die niet transportwaardig zijn, mogen niet voor export en worden ter plekke geëuthanaseerd.
Binnen een half uur nadat de varkens gelost zijn, gaan ze een Duitse wagen op voor export. Deze varkens gaan naar een slachterij in het Duitse Zeven. Die plaats ligt op een rijafstand van circa drie uur van Padborg.