Tijdelijk uit balans, of meer aan de hand?
De lage melkprijs is een ’gevalletje’ van een verstoorde balans tussen vraag en aanbod, en dat herstelt vanzelf na verloop van tijd; dat lijken Eurocommissaris Fischer Boel en minister Verburg te zeggen. Onder meer door de acties van de DDB lijkt het idee dat er toch méér aan de hand is, langzaam terrein te winnen in veel boerenhoofden.
De maatschappij eist van boeren aandacht voor 'profit', én 'planet’ en ‘people'. En veel boeren willen ook niets liever dan -bij een goed belegde boterham- goed zijn voor dier, omgeving en mens. Is een vrije markt op wereldschaal daarvoor dan wel de juiste weg? Kun je voedsel wel overlaten aan de markt? Om die vragen gaat het nu meer dan ooit.
Tredmolen: lopen we ons dood?
Bij een vrije markt voert kostprijs de boventoon. Melk is immers melk, en dus is er steeds een iets goedkopere aanbieder te vinden. Wie niet meer mee kan, laat zich opkopen door de buurman. Die zich daarmee weer afhankelijker heeft gemaakt van bank en fabriek. Zo houden we elkaar rennende, in een tredmolen. Meerennen of eraf springen zijn de enige opties; afremmen gaat niet, omdat er altijd weer iemand opduikt die de energie heeft om harder te gaan lopen. Hoelang gaat dit door? Tot er in Nederland nog 1.000 grote boeren (en wat keuterboeren) over zijn? Of tot er 100 grote boeren over zijn? Ook die vraag leeft bij veel melkveehouders.
De problemen zijn uiteraard niet beperkt tot Nederland. We zien in de VS, en kortgeleden nog in Nieuw-Zeeland, voorbeelden van zeer grote melkveebedrijven die financieel uitgehold zijn en met enorme schuldenlast over de kop gaan. Hun strategie: sterke groei financieren met hypotheken. Hoever staat die strategie van de melkveehouderij in Nederland?
De problemen zijn ook niet beperkt tot de zuivelsector; alle sectoren van de landbouw kampen met vergelijkbare vragen.
Hoe wordt de tredmolen aangedreven?
Waarom drijft het systeem zozeer richting verstikkende kostprijsverlaging? Het antwoord van van beleidsmakers en wetenschappers is voor sommige boeren ergerlijk simpel: het is de markt. Export en voortschrijdende technologie zijn factoren, zeggen onderzoekers bij het LEI (bron 1 en 2). Om te slagen op de exportmarkt zul je voor concurrerende prijzen moeten werken. Nederland is een sterk exporterend land, net als Frankrijk en Duitsland. Technologische ontwikkeling drijft ons voort. Er zullen altijd weer nog efficiëntere melkstallen komen. Wie die heeft, kan daarmee zijn kostprijs verlagen en dus moet de buurman uiteindelijk ook. En zo gaat de tredmolen weer door. Niks aan de hand dus, het is ‘maar de markt’, zoals Fischer Boel en Verburg zeggen? Of is het inderdaad diepgaander?
Geleide discussie
Boerderij.nl organiseert over de zuivelmarkt, de melkprijzen en de hierboven opgeworpen vragen een discussie. Deskundigen kunnen zich daar in mengen. En als het nodig is, stuurt Boerderij bij of worden experts gevraagd om een reactie. Het wordt dus een discussie onder begeleiding. Dit om te voorkomen dat de discussie ontaardt in herhaling van standpunten of stokpaardjes, en om te bevorderen dat de uitwisseling van standpunten leidt tot verhelderende of nieuwe inzichten.
Vragen bij de discussie kunnen zijn: herkent u de tredmolen? Kunnen we de productie van voedsel wel overlaten aan de markt? En kan de melkveehouder daarbij ook nog zorgdragen voor dierenwelzijn en andere zaken die de maatschappij graag wil? Hoe zit het bij varkens en pluimvee houderij, of bij akkerbouw of tuinbouw?
Of moet er een halt worden toegeroepen aan de schaalvergroting? Zouden grenzen aan technologie kunnen helpen (bijvoorbeeld verbod op melkstallen met een capaciteit boven 100 koeien per uur, of verbod op tractoren boven 130 pk)?
Om af te trappen hier een eerste vraag:








