Wekelijks worden duizenden vleeskuikens geladen en in containers getransporteerd naar slachterijen. Bij vleeskuikenhouder Arian Oostvogels gebeurt het kuikenladen niet met de hand, maar met een machine.
(foto’s Peter Roek; tekst Hans Bijleveld)
Aan de voorkant van de 6 meter brede laadmachine Super Apollo 60 van de Ialiaanse fabrikant
Ciemme Calabria, zit een opvoerband die de slachtrijpe kuikens omhoog voert. De laadcapaciteit ligt in de praktijk tussen 8.000 en 10.000 kuikens per uur.
Vervolgens komen de vleeskuikens op een dwarsbandje, die de dieren van weerskanten naar midden voor de laadmachine voert. Daar komen de vleeskuikens op een band die hen naar de achterkant van de Super Apollo 60 transporteert.
Aan de achterkant van de Super Apollo 60 fladderen de vleeskuikens een klein stukje naar beneden in een lade van een container.
De containers staan op een aanhanger achter de laadmachine. Op een weegplateau, dat aangeeft wanneer er voldoende vleeskuikens in de containers zitten. De containers komen niet met het strooisel in contact. Dat verkleint het risico van versleep van ziektekiemen.
Met een loader worden de volle containers opgepakt van de aanhanger en de stal uit gereden.
Het sluitstuk van het kuikenladen op het pluimveebedrijf: het op de vrachtwagen zetten van de volle containers met vleeskuikens. In totaal 22 containers per vrachtwagencombinatie met een volgewicht van ongeveer 18 ton.
Vleeskuikenhouder Arian Oostvogels laadt zijn vleeskuikens als sinds de zomer van 2002. Omdat het steeds lastiger was mensen voor dit zware werk te vinden. Volgens de Noord-Brabantse vleeskuikenhouder is machinaal vangen mensvriendelijk én diervriendelijk: „Het eerste kuiken wordt op dezelfde manier bahandeld als het laatste kuiken. Het laden verloopt rustiger en veroorzaakt minder stress.” Voor het laden met deze machine zijn drie mensen in de stal nodig, waar er voor handmatig laden acht nodig zijn. De kosten van het machinaal laden zijn minder dan een cent per kuiken.